Frieda Menco-Brommet
Frieda Menco-Brommet (Amsterdam, 11 augustus 1925 – Amsterdam, 22 februari 2019) was een Nederlands holocaustoverlevende.
Ze was dochter van Rebecca (Betty) Ritmeester (1897-1989) en etaleur Joël Brommet (1896-1945). In 1951 trouwde ze met Herman Samuel Menco; een echtscheiding volgde in 1976. Volgens het Stadsarchief Amsterdam was ze kantoorbediende en secretaresse.[1]
Brommet woonde in Amsterdam-Zuid, de Rivierenbuurt die in de jaren dertig volstroomde met Joodse vluchtelingen en Joden uit de verpauperde binnenstad. Het gezin probeerde na de Duitse inval weg te komen, maar dat mislukte steeds. Vader, moeder en dochter werden, na verraden te zijn bij het onderduiken in Warmond en vervolgens opgepakt, op transport gezet naar Kamp Westerbork. Met een van de laatste transporten in 1944 werden ze verder gedeporteerd naar Auschwitz. Ze werden in dezelfde trein gezet als de familie Frank, die bij hen om de hoek woonde. Ze overleefde omdat ze met ouders in de “goede rij” kwam. Ze gingen niet direct de gaskamers in maar moesten dwangarbeid verrichten. Door ondervoeding kreeg ze te maken met roodvonk, tyfus en pleuritis, maar haar moeder sleepte haar er met extra bij elkaar gescharreld voedsel doorheen. In de ziekenbarak trof ze Anne Frank en Margot Frank, die later omgebracht zouden worden in Bergen-Belsen. Brommets grootouders en haar vader overleefden Auschwitz niet (hij kreeg een Stolperstein op de Rooseveltlaan), moeder en dochter wel door de bevrijding van het kamp door het Rode Leger.
Na de Tweede Wereldoorlog trouwde ze met Menco, eveneens Holocaustoverlevende. Het echtpaar kreeg twee zoons. In haar verdere leven vertelde ze over haar ervaringen. Ze was te zien in documentaires, televisieprogramma’s en op scholen, waar ze bij scholieren voor de klas haar verhaal deed. Ook deed ze haar verhaal bij de Anne Frank Stichting en was zij aanwezig tijdens de opening van de tentoonstelling Margot, zus van Anne (2011) aldaar. Alles onder haar woorden:
Wat ik vandaag de dag nog kan doen, tegen onverschilligheid en tegen onrechtvaardigheid. Dat is voor mij de basis van alles.
— Menco-Brommet
Ze was tevens tussen 1988 en 1990 voorzitter van de Liberaal Joodse Gemeente (na lid te zijn geweest van de LJG Vrouwengroep) en Progressief Jodendom Nederland. Ze liet van zich horen toen de eventuele schadevergoeding van de Nederlandse Spoorwegen werd besproken; ze vond het veel te laat. Ze maakte nog wel mee dat het Nederlandse Rode Kruis haar excuses aanbood voor hun geringe bemoeienissen tijdens de holocaust.
In 1991 werd ze benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Ze overleed op 93-jarige leeftijd als gevolg van een val thuis.
- NOS melding overlijden Menco-Brommet (geraadpleegd 6 februari 2026)
- Stichting Anne Frank bij overlijden Menco-Brommet (geraadpleegd 6 februari 2026)
- Menco-Brommet op Drenthe in de oorlog (geraadpleegd 6 februari 2026)
- Jonet over Menco-Brommet (geraadpleegd 6 februari 2026)
- Patrick Meershoek, Auschwitz-overlevende Frieda Menco overleden Half open slotje.. Het Parool (22 februari 2026). Geraadpleegd op 6 februari 2026.