Libero (voetbal)
Een libero is een voetbalspeler die in de verdediging staat opgesteld, maar tegelijkertijd als taak heeft de bal mee naar voren te nemen.
Eigenschappen
De libero is meestal een veelzijdige centrale verdediger die wanneer hij de bal van een aanvallende tegenstander heeft afgenomen, de bal bij zich houdt en naar voren brengt; een belangrijke speler met en zonder balbezit: hij is balveroverend en spelopbouwend. De positie is als het ware geen vaste positie te noemen, maar is eerder een spelersrol. De libero is definieerbaar als de vrijgelaten, van de mandekking weg spelende verdediger. Hier komt de oorsprong van de term vandaan: libero is het Italiaanse woord voor vrij. In de Duitse taal spreekt men van Auspützer. In de Engelse taal is de term sweeper ingeburgerd geraakt. De term (letterlijk veegmachine) legt de nadruk op dié rol die dergelijk verdediger speelt als (straat)veger, als opruimer.[1]
De libero is de laatste achterhoedespeler voordat de spits of een andere aanvallende tegenstrever op de doelman kan afstormen. Overige verdedigers bewaken een bepaalde zone van de achterste linie of dekken een bepaalde speler. Omdat een libero in staat moet zijn een counteraanval op te zetten, dient hij over een betere balcontrole en een beter passvermogen te beschikken dan de gemiddelde centrale verdediger. Sommige libero's uit een vroeger tijdperk, de West-Duitser Franz Beckenbauer, ronden aanvallen van achteren naar voren geheel zelf af en zijn bijgevolg productieve spelers; hebben scorend vermogen of leveren assists af. Beckenbauer was revolutionair door als libero een aanvallend wapen te zijn onder de legendarische West-Duitse bondscoach Helmut Schön. Voordien bewees de rol van libero slechts verdedigend zijn waarde. De vrije speler in de laatste linie was nu ook vrij om aan te vallen.[1]
Gebruik
Evolutie van de libero
De libero was een centrale figuur in het Italiaanse catenacciosysteem dat in de jaren 1960 werd geperfectioneerd door de Argentijnse trainer Helenio Herrera bij Inter Milan. Catenaccio – Italiaanse woord voor "grendel" – draaide om defensieve compactheid en het snel omschakelen naar de counter. In dit systeem speelden vier verdedigers op lijn, waarvan er twee mandekking uitvoerden op de spitsen van de tegenstander.
De libero functioneerde als een vijfde, vrije verdediger, die zonder vaste tegenstander achter deze linie opereerde om rugdekking te bieden. Bij balverlies moest de libero inspringen om defensieve fouten op te vangen; bij balbezit schoof hij in om een numeriek overwicht te creëren op het middenveld.
Catenaccio werd vaak geassocieerd met termen als “betonvoetbal”, “bus parkeren”, of “antivoetbal”, verwijzend naar het extreem verdedigende karakter van deze speelwijze. Toch was de rol van de libero in dit systeem tactisch verfijnd en essentieel voor het evenwicht tussen verdediging en omschakeling.
Moderne interpretaties
In latere decennia evolueerde de rol van de libero. In de vroege jaren 2000 was er bij bepaalde topclubs sprake van moderne varianten op het traditionele concept. Zo zakte Roy Keane bij Manchester United onder trainer Sir Alex Ferguson geregeld in vanuit het middenveld om bij balverlies als extra verdediger te fungeren. Bij balwinst schoof Keane weer op richting het middenveld. Dergelijke tactische ingrepen zorgden ervoor dat Manchester United in bepaalde fasen over een vijfmansverdediging beschikte, zonder in de basis af te wijken van een 4–4–2- of 4–3–3-formatie.
Ook in andere systemen keert de liberorol terug in verdedigende middenvelders die zich laten uitzakken tussen de centrale verdedigers – bijvoorbeeld in een 4–2–3–1 die zonder bal verandert in een 5–4–1. Afhankelijk van de pressing en veldbezetting kunnen ook 3–5–2-, 3–1–4–2- of WM-formaties ontstaan, waarin een centrale middenvelder als ‘moderne libero’ fungeert. Deze speler moet beschikken over zowel verdedigende kwaliteiten als een uitstekend passvermogen, om als verbindingsman tussen verdediging en middenveld te opereren.[1]
In België paste de Noorse trainer Trond Sollied deze principes toe bij KAA Gent en Club Brugge begin jaren 2000. Hoewel zijn basisformatie een offensieve 4–3–3 was – geïnspireerd door het Nederlandse totaalvoetbal van Rinus Michels – integreerde hij elementen uit het oude Italiaanse Metodo-systeem van Vittorio Pozzo, dat gebruikmaakte van een terugzakkende middenvelder. Spelers als Timmy Simons en Edin Ramčić namen bij balverlies een rol op vergelijkbaar met die van een klassieke libero. Ze zakten in tussen de verdedigers om defensieve stabiliteit te garanderen, en schoven bij balbezit opnieuw door naar het middenveld. Deze speelwijze vergde veel fysieke arbeid, vooral omdat de vleugelverdedigers in Sollieds systemen sterk offensief betrokken waren.
Deze aanpak leverde succes op: Gent behaalde een historische derde plaats, terwijl Club Brugge onder Sollied twee landstitels en evenveel bekers won.[2]
Libero in Zuid-Amerikaanse systemen
Ook in Zuid-Amerika kende de libero een belangrijke rol, bijvoorbeeld in het Argentijnse elftal onder Carlos Bilardo in de jaren tachtig. In diens variant op de 4–4–2, vaak weergegeven als een 3–5–2, speelde Daniel Passarella (later werd Passarella vervangen door José Luis Brown) als libero. Deze werd geflankeerd door backs als José Luis Cuciuffo en Oscar Ruggeri, terwijl Sergio Batista als verdedigende middenvelder fungeerde. Het systeem gaf creatieve spelers als Diego Maradona alle vrijheid, met de libero als organisator en rugdekker.
Bilardo’s systeem werd later geïnterpreteerd als een 3–1–4–2, waarin de libero vóór drie centrale verdedigers opereerde en bij balbezit mee doorschoof om het middenveld te ondersteunen. Dergelijke systemen waren vooral populair in amateur- of zondagcompetities, maar verdwenen langzaamaan uit het professionele voetbal wegens het hoge risico en gebrek aan defensieve balans.[3][4]
Verdwijnen van de klassieke libero
Het belang van de klassieke libero begon af te nemen met de opkomst van zoneverdediging in de jaren 80, onder invloed van onder andere Arrigo Sacchi bij AC Milan. Sacchi eiste dat zijn verdedigers geen mandekking speelden, maar dat elkeen verantwoordelijk was voor een zone op het veld (links, centraal of rechts). Spelers als Franco Baresi en Alessandro Costacurta wisselden als dusdanig af tussen de rol van voorstopper en libero, afhankelijk van de situatie. In dit systeem werd de klassieke libero als achtervang overbodig.[1][5]
Tegenwoordig wordt het spelen met een libero als tactisch risicovol beschouwd. Moderne verdediging draait rond het zetten van de buitenspelval, waarin de laatste linie in perfecte samenhang opereert. Een vrije man achter de linie – zoals de traditionele libero – zou dit ondermijnen. Toch blijven aspecten van de liberorol bestaan, bijvoorbeeld bij opbouwende centrale verdedigers of sweeper-keepers zoals Manuel Neuer en recent uit België Colin Coosemans, die als extra verdediger meespelen.
De rol van de libero heeft zich ontwikkeld van een pure verdediger zonder mandekking in defensieve systemen zoals het catenaccio, tot een meer hybride speler in moderne tactieken. Hoewel de klassieke libero zeldzaam is geworden in het hedendaagse topvoetbal, leven bepaalde aspecten van zijn rol voort in de tactiek van verdedigende middenvelders, opbouwende centrale verdedigers en zelfs doelmannen.[1]
Liberodoelman
Een relatief nieuwe ontwikkeling in het voetbal is die van de doelman die de positie van libero overneemt. In het Engels wordt hieraan gerefereerd als een sweeper-keeper (van to sweep: opruimen, meevegen). Deze doelman staat vaak verder voor zijn doel dan gebruikelijk, en probeert lange voorzetten van de tegenstander onschadelijk te maken door ze buiten het strafschopgebied weg te trappen. Hij heeft meestal tactische eigenschappen en een hoge snelheid — noodzakelijk om snel uit zijn doel te komen voor een aankomende bal. Een libero-actie van een doelman is niet zonder gevaar: de bal kan over hem heen gelobd worden, of hij kan deze kwijtraken aan een aanvaller buiten het strafschopgebied, met een leeg doel en een vrije scoringskans als gevolg. Bekende voorbeelden van een liberodoelman zijn Edwin van der Sar, Jan Jongbloed, René Higuita, Mathew Ryan, Fernando Muslera, Víctor Valdés, Manuel Neuer en Ederson Moraes.
Bekende libero's
A
Tony Adams
Eric Addo
Dick Advocaat
Philippe Albert
José Ramón Alexanko
Karl Allgöwer
Patrik Andersson
Robert Andrich [6]
Ricardo Arias
Klaus Augenthaler
Roberto Ayala
B
Franco Baresi
Serhij Pavlovytsj Baltatsja
Patrick Battiston
Riechedly Bazoer [6]
Franz Beckenbauer (1945–2024)
Miodrag Belodedici
André Bergdølmo
Giuseppe Bergomi
Thomas Berthold
Manfred Binz
Fred Bischot
Laurent Blanc
Horst Blankenburg
Danny Blind
Olivier Boscagli [6]
Frank de Boer
Michel Boerebach
Vladislav Bogićević
Leonardo Bonucci [6]
Marcel Brands
Rune Bratseth
Kees Bregman
Nico Broeckaert
Hugo Broos
José Luis Brown (1956–2019)
Geert Brusselers
Guido Buchwald
Michael Buskermolen
Terry Butcher
C
Fabio Cannavaro [6]
Carlos Mozer
Cristian Chivu [6]
Jozef Chovanec
Liviu Ciobotariu
Lei Clijsters (1956–2009)
Giancarlo Corradini
Marc Cox
Mario Cvitanović
D
Frank Dauwen
David Luiz [6]
Glen De Boeck
Tjörven De Brul
Frank Defays
Traianos Dellas [6]
Gunther De Meyer
Stéphane Demol (1966–2023)
Daniele De Rossi [6]
Marcel Desailly
Maurice De Schrijver
Michel De Wolf
Bert Dhont [6]
Hans-Jürgen Dorner
Epi Drost
E
F
G
Philippe Garot (1948–2023)
Lutsharel Geertruida [6]
Richard Gough
Sammy Greven [6]
Georges Grün
Ruud Gullit
Serginho Greene [6]
H
Arie Haan
Erik ten Hag
Pierre Hanon (1936–2017)
Alan Hansen
Besnik Hasi
Iván Helguera [6]
Guy Hellers
Herman Helleputte
Stéphane Henchoz
Matthias Herget
Jos van Herpen
Guus Hiddink
Fernando Hierro
Nico-Jan Hoogma
Horst-Dieter Höttges (1943–2023)
Glenn Hysen
I
Sergej Ignasjevitsj [6]
Rinus Israël (1942–2025)
J
Ditmar Jakobs
Čedomir Janevski
Wim Jansen (1946–2022)
Christiaan Janssens
Rudi Janssens
Jens Jeremies
Nikola Jerkan
Frenkie de Jong [6]
Robert Jonquet (1925–2008)
Goran Jurić
K
Miroslav Kadlec
Blessing Kaku
Mohamed Kanu
Ibrahim Kargbo [6]
Josip Katalinski (1948–2011)
Suad Katana (1969–2005)
Roy Keane
Mahamoudou Keré [6]
Tugay Kerimoğlu
Stephen Keshi (1962–2016)
Eric van Kessel
Ledley King [6]
Ronald Koeman
Wim Kooiman
Vincent Kompany [6]
Michel van de Korput
Ervin Kovács
Adrie van Kraaij
Torsten Kracht
Edi Krieger (1946–2019)
Ruud Krol
Lodewijk de Kruif
L
Denny Landzaat [6]
Mark Lawrenson
Franck Lebœuf
Stefan Leleu
Philippe Lenglois
Milan Lešnjak
Marcello Lippi
Manuel Locatelli [6]
Giacomo Losi (1935–2024)
Theo Lucius [6]
M
Antonio Maceda
Aad Mansveld (1944–1991)
Lisandro Martínez [6]
Saul Malatrasi
Lothar Matthäus
Mauro Ramos (1930–2002)
Paul McGrath
Brandon Mechele [6]
Walter Meeuws
Roger Mendy
John Metgod
Henny Michielsen
Siniša Mihajlović (1969–2022)
Luc Millecamps
Bobby Moore (1941–1993)
N
O
Paul Okon
David O'Leary
Domenico Olivieri
Morten Olsen
Anton Ondruš
Viktor Onopko
Edo Ophof
Martin van Ophuizen
P
Gary Pallister
Daniel Passarella
Alex Pastoor
Darío Pereyra
Emmanuel Petit
Bruno Pezzey (1955–1994)
Danny Pfaff
Armando Picchi (1935–1971)
Pirri
Gheorghe Popescu
Ján Popluhár (1935–2011)
Gerrit Plomp
Pascal Plovie
Carles Puyol [6]
Q
R
Edin Ramčić
Hany Ramzy
Stefan Reuter
Frank Rijkaard
Frans Roemgens (1944–2018)
Neil Ruddock
Graeme Rutjes
Fred Rutten
S
Matthias Sammer
Manolo Sanchís
Sandro Salvadore (1939–2007)
Gunnar Sauer
Karl-Heinz Schnellinger (1939–2024)
Willi Schulz
Bernd Schuster
Gaetano Scirea (1953–1989)
Roberto Sensini
Ives Serneels
Gianluca Signorini (1960–2002)
Dario Šimić
Timmy Simons [6]
Thierry Siquet
Matte Smets [6]
Gareth Southgate
Lorenzo Staelens
Jaap Stam
Stéphane Stassin
Uli Stielike
Igor Štimac
John Stones [6]
Christian Streich
Pleun Strik (1944–2022)
Thomas Strunz
Olivier Suray
T
Tulio [6]
Kris Temmerman
Fatih Terim
John Terry [6]
Dirk Thoelen
Phil Thompson
Olaf Thon
Bertin Tokéné
Tonono (1943–1975)
Marius Trésor
Harrie Trines (1913–1986)
Thomas Tuchel
U
V
Stan Valckx
Vital Vanaken
Franky Van der Elst
René Vandereycken
Guy Vandersmissen
Hein Vanhaezebrouck
Eric Van Meir
Tomas Vasov
Velibor Vasović (1939–2002)
Leo van Veen
Laurent Verbiest (1939–1966)
Frank Verlaat
Gordan Vidović
W
Desmond Walker
Tsuyoshi Watanabe [6]
Arsène Wenger
Kees van Wonderen
Billy Wright (1924–1994)
Mark Wright
Z
Zie ook
Externe link
- Visuele uitleg van de libero — defensie van Roemenië in een 5–3–2 formatie, met als libero Miodrag Belodedici en mandekkers Gheorghe Mihali en Daniel Prodan tegen Argentinië op het WK voetbal 1994 in de Verenigde Staten [1/8ste finale, Argentinië werd uitgeschakeld] — op YouTube (video heeft geen geluid)
- ↑ 1,0 1,1 1,2 1,3 1,4 Peeters Dieter, Tactiek voor beginners: de libero. Knack Sport/Voetbalmagazine (15 juni 2020). Geraadpleegd op 26 december 2024.
- ↑ Peeters Dieter, Tactiek voor beginners: de mezzala. Knack Sport/Voetbalmagazine (5 juli 2022). Geraadpleegd op 28 december 2024.
- ↑ (en) Wilson Jonathan, The Question: is 3-5-2 dead?. The Guardian (19 november 2008). Geraadpleegd op 26 december 2024.
- ↑ (en) Wing-backs: football tactics explained. Coaches Voice (8 juni 2022). Geraadpleegd op 26 december 2024.
- ↑ Het fenomeen libero/laatste man. Managers United (25 september 2009). Geraadpleegd op 26 december 2024.
- ↑ 6,00 6,01 6,02 6,03 6,04 6,05 6,06 6,07 6,08 6,09 6,10 6,11 6,12 6,13 6,14 6,15 6,16 6,17 6,18 6,19 6,20 6,21 6,22 6,23 6,24 6,25 6,26 6,27 6,28 6,29 6,30 6,31 6,32 6,33 6,34 6,35 6,36 Speler waarvan sprake heeft, soms doorheen de jaren en soms gedurende enkele jaren, bepaalde kenmerken of elementen van een traditionele libero in zijn speelstijl geïntegreerd. Speler is of was evenwel actief in het moderne professionele voetbal waar aangepaste defensieve tactieken meer in gebruik zijn geraakt in vergelijking met de tijd waarin het opstellen van een traditionele libero, die gaandeweg in verval is geraakt, gebruikelijk was.