Familie Kalker
Door de eeuwen heen hebben er weinig joden in Geertruidenberg en Raamsdonksveer gewoond. Rond 1815 vestigde zich een kleine Joodse kolonie in deze omgeving. In 1809 woonde maar één Joods gezin in Geertruidenberg, de familie David Simon. In 1810 kwam Salomon Kalker op 35-jarige leeftijd uit Amsterdam naar Geertruidenberg en trouwde met de uit Woudrichem afkomstige vrouw Sara Hartog. In beide gezinnen werden een aantal kinderen geboren en daarmee was de basis gelegd voor een toekomstige kleine Joodse gemeente. Het duurde tot het jaar 1874 voordat zij een synagoge konden bouwen.
Geboren in Amsterdam op 7 augustus 1771 komt Salomon Kalker in het jaar 1810 naar Geertruidenberg.
Hij trouwt met Sara Hartog. Samen stichten ze een gezin en blijven hun gehele leven in de Koestraat te Geertruidenberg wonen.
Er worden dertien kinderen uit dit huwelijk geboren, waarvan er zes op jonge leeftijd zijn overleden. Zoals de meeste Joden die naar hier zijn gekomen, is ook Salomon van beroep slachter en koopman. Tot zijn dood was hij kerkmeester te Geertruidenberg. Hij was weliswaar al vele jaren blind, maar werd in deze taak bijgestaan door zijn zoon Heijman. Elf kleinkinderen en drie achterkleinkinderen van Salomon en Sarah zijn vermoord in Sobibor en Auschwitz. Voor de panden waar ze hebben gewoond zijn Stolpersteine ter herinnering gelegd.
Opvallend is het grote aantal ongetrouwde gezinsleden binnen deze joodse families. Waarschijnlijk is dat een gevolg van de kleine en ver uiteenliggende joodse gemeenschappen, zodat het in eigen omgeving moeilijk is een huwelijkskandidaat te vinden.
De Stationsweg in Geertruidenberg omstreeks 1917-1918. Rechts de drie huizen (nrs. 3, 5 en 7) die Heijman Kalker in 1916 heeft laten bouwen aan de Stationsweg. In het middelste huis wonen zijn zusters Sara, Rika en Sofia, zijn broer Salomon en nicht Bertrien Kooperberg.
(Collectie Willy van Beijsterveldt)
Bron: joodsmonument.nl
Zo trouwt bijvoorbeeld Heijman Kalker (1873-1934), zoon van Mozes Simon Kalker en Jenette Hartog, op 11 december 1901 met zijn dertien jaar oudere nicht Louise Kalker (1860-1941) te Geertruidenberg. Heijman mag men een redelijk welvarende man noemen. Hij is groothandelaar in metalen, een handel die hem zeker geen windeieren legt want in 1916 laat hij op de geslechte wal aan de Donge een blok van drie huizen bouwen, dat de tand des tijds heeft doorstaan (Stationsweg 3, 5 en 7). Heijman en zijn vrouw Louise bewonen dan zelf het huis Stationsweg 3.
Dankzij zijn sociale inspanningen en donaties is de kleine joodse gemeenschap van Geertruidenberg lang in de gelegenheid om haar diensten in de synagoge te houden. Heijman was een alom gerespecteerd man in het kleine stadje waar zo ongeveer iedereen elkaar kende.
Heijman en Louise hebben geen kinderen en daarom gaat Louise na het overlijden van haar man op 3 mei 1934 bij haar ongetrouwde zusters Sara (1855-1937) en Aaltje (1858-1943) wonen op de Markt nr. 10. Louise Kalker overleeft haar man zeven jaar en overlijdt één jaar voor de Joden deportaties. Haar zus Aaltje wordt vóór 1940 opgenomen in een psychiatrisch gesticht te Apeldoorn, waar zij verblijft tot haar deportatie in 1943.
In het pand Markt 37 “De Roode Sterre” woont Salomon (Sam) en Flora Wijsenbeek met hun drie ongetrouwde kinderen. Samen baten zij een manufacturenwinkel uit. Hun zoon Jacob is marskramer en gaat per fiets met handelswaar langs de deur bij boerderijen en andere afgelegen plaatsen. Het gezin Kalker is erg op zichzelf. Zo wordt over Sam verteld dat hij niet graag ziet dat kinderen voor zijn winkel op de stoep gaan zitten. Zo stuurt hij de buurkinderen Waalwijk weg met de opmerking:
“als jullie nog lang op de stoep blijven zitten zal deze inzakken”.
Bron, Digitalisering en Wiki opmaak: Terry van Erp
