Philip Barend Kooperberg: verschil tussen versies
Nieuwe pagina aangemaakt met '{{clr}} <br><br> {{Appendix|2= Bron, Digitalisering en Wiki opmaak: Terry van Erp}} <br><br> 800px|alt=raamsdonkshistorie.nl|center|thumb|[https://raamsdonkshistorie.nl raamsdonkshistorie.nl] Categorie:Oorlogsslachtoffers Joods' |
kGeen bewerkingssamenvatting |
||
| Regel 1: | Regel 1: | ||
'''John ontdekte het gruwelijke lot van zijn opa in kamp Erika bij Ommen. Dit is het verhaal dat hij niet heeft kunnen navertellen''' | |||
=== Vermoord in [[Sobibor]] === | |||
[[Bestand:Philip-Barend-Kooperberg-01.jpg|thumb|left|Philip Barend Kooperberg<br>* [[Raamsdonk]] 13-01-1886 † [[Sobibor]], 16-07-1943]]Nieuw-Zeelander John Kooperberg is een zoektocht naar de waarheid over zijn opa gestart en kwam achter een afschuwelijk verhaal. Zijn opa zat in de Tweede Wereldoorlog in het beruchte [[kamp Erika]] in Ommen vast. Vanaf het midden van 1942 verbleef ook een klein aantal Joodse mannen in het kamp. De eersten van hen kwamen al op 21 juni, toen het kamp in gebruik werd genomen. Vijf mannen waren door de Nederlandse rechter veroordeeld en moesten hun straf uitzitten in [[kamp Erika]]. | |||
Drie mannen waren afkomstig uit een Joods Werkkamp en werden als strafmaatregel naar [[kamp Erika]] overgebracht. Bij die eerste groep zat ook de grootvader van John Kooperberg, Philip Barend Kooperberg. | |||
De gruwelijke waarheid over wat er met de joodse dwangarbeiders gebeurde in de werkkampen. 75 jaar na de bevrijding van het kamp, op 6 april 1945, doet hij zijn verhaal. | |||
Verdriet en een zoektocht naar rechtvaardigheid, het zit tot diep in de vezels van de 62-jarige John Kooperberg uit Nieuw-Zeeland.<br>Zijn grootvader was een van een groep van acht Joodse mannen die de extreemste vernederingen op [[kamp Erika]] bij Ommen in de [[Tweede Wereldoorlog]] moesten doorstaan. Alles wat erover te vinden is zocht hij na. Hij ontdekte afschuwelijke gebeurtenissen. | |||
Binnenkort staat er een nieuw herinneringsmonument op de Besthmenerberg bij Ommen. Het heeft een algemeen karakter. Gelukkig maar, zucht John Kooperberg tijdens een bezoek aan de stad. ,,Ik waardeer dat er jaarlijks herdenkingen zijn georganiseerd, maar er staat nu 73 jaar een keurig christelijk kruis en niets wat verwijst naar de Joodse slachtoffers. Waarom er zoiets nooit is gekomen? Ik heb stamboomonderzoek gedaan naar de families van deze acht mensen. Twee zijn vermoord in [[kamp Erika]], vier zijn later in [[Sobibor]] en andere concentratiekampen vermoord en twee hebben de oorlog overleefd. Meer dan driehonderd familieleden van deze acht hebben de oorlog niet overleefd. Er was dus vlak na de oorlog geen stem om een Joods gedenkteken mogelijk te maken. Ik kan dit verhaal vertellen, omdat ik nog leef doordat mijn grootmoeder een niet-Joodse was. Daardoor hebben mijn vader en zijn broers en zussen de oorlog | |||
overleefd.’’ | |||
=== Gebroken === | |||
Kooperberg is een vitale man die goed Nederlands spreekt ondanks het feit dat hij is opgegroeid in Nieuw-Zeeland. Hij voelt zich nog verbonden met Nederland. Deze winter was hij nog bij een herdenking in [[Raamsdonksveer]], de geboorteplaats van zijn opa en diens broers en zussen. Toch, als hij het verhaal over de acht Joodse mannen in gevangenkamp Erika vertelt ziet hij er gebroken uit.<br> | |||
Regelmatig verontschuldigt hij zich voor het feit dat hij geëmotioneerd is en vallen er stiltes. | |||
,,Sorry, het is zo gruwelijk.’’ | |||
Het terrein van Kamp Erika genoot voor de Tweede Wereldoorlog nog faam door de Sterkampen van Krishnamurti. Ommen was het centrum van de theosofische beweging waar mensen uit alle windstreken op af kwamen. Toen de oorlog uitbrak kwamen er werkkampen in heel het land. [[Kamp Erika]] kreeg een bestemming als strafkamp doordat de gevangenissen overvol kwamen te zitten. Duizenden gevangenen kwamen er tussen 1942 en 1945 terecht. | |||
[[Bestand:Philip-Barend-Kooperberg-02.jpg|center|Gevangenkamp Erika in de bossen bij Ommen © Cultuurhistorisch Centrum Ommen (CCO)]] | |||
<center>Gevangenkamp Erika in de bossen bij Ommen © Cultuurhistorisch Centrum Ommen (CCO)</center> | |||
<br><br> | |||
=== Gearresteerd === | |||
Vanaf het midden van 1942 verbleef ook een klein aantal Joodse mannen in het kamp. De eersten van hen kwamen al op 21 juni, toen het kamp in gebruik werd genomen. Vijf mannen waren door de Nederlandse rechter veroordeeld en moesten hun straf uitzitten in kamp Erika. Drie mannen waren afkomstig uit een Joods Werkkamp en werden als strafmaatregel naar [[kamp Erika]] overgebracht. Bij die eerste groep zat ook de grootvader van John Kooperberg, Philip Barend Kooperberg. | |||
[[Bestand:Philip-Barend-Kooperberg-03.jpg|left|400px|John Kooperberg, Nabestaande gevangene in kamp Erika<br><br>Nieuw-Zeelander John Kooperberg is een zoektocht naar de waarheid over zijn opa gestart en kwam achter een afschuwelijk verhaal. Zijn opa zat in de [[Tweede Wereldoorlog]] in het beruchte [[kamp Erika]] in Ommen vast.]],,Hij was slager in Den Haag en was gearresteerd omdat hij vlees had waar hij geen vergunning voor had. Was hij verraden? Dat weet ik nog niet. Hij werd veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf. Op 22 juni 1942 komt hij binnen in het gevangeniskamp. Ik heb het nagekeken in de kampregisters die er nog zijn. Er staat bij ‘geloof’ een streepje achter zijn naam, maar erachter is tussen haakjes gezet ‘Israëliet’. Zijn handtekening is niet mooi. Het is bekend dat de gevangenen bij de poorten al in elkaar werden geslagen.’’ | |||
=== Ze hadden de slechtste behandeling, het minste eten.’’ === | |||
Het was slechts een kleine voorbode van de gruwelijkheden die hem te wachten stonden. Kooperberg heeft het allemaal nageplozen in de enkele bronnen die erover bekend zijn. Waarvan voor hem het belangrijkste de ooggetuigen-verslagen zijn van twee van de acht Joden uit het kamp die de oorlog overleefden. | |||
,,Zij hebben beiden afzonderlijk van elkaar gezegd dat kamp Erika nog vele malen erger was dan Auschwitz. Daar was je ook wel op een dag aan de beurt, maar er zaten zoveel mensen op elkaar dat de volgende dag een ander de klos was. Hier niet. Hier was een klein clubje Joodse mannen die afzonderlijk in een tent zat, die werden vernederd, getreiterd, afgebeuld. Als de niet-Joodse mannen een overtreding hadden begaan kwamen ze bij het strafcommando. Maar de Joodse mannen zaten daar altijd. Ze hadden de slechtste behandeling, het minste eten.’’ | |||
=== Schoon likken === | |||
Hij slikt. Het is erg wat ik ga vertellen, waarschuwt hij. | |||
,,Ik wil u echt niet laten schrikken. Moet je voorstellen. Er waren duizenden mensen waarvan een groot deel aan dysenterie leden. De latrines waren vol.<br>De Joodse mensen, zo zeggen de ooggetuigen, moesten de emmers legen en schoonmaken. Als ze niet schoon waren, dan moesten zij ze schoon likken....,, | |||
,,Er is een verhaal dat de overige gevangenen op appèl stonden en zagen dat een Joodse man uit de tent kroop en met zijn hand op zijn buik de latrine probeerde te halen. Dat lukte niet. Hij werd door een van de bewakers met zijn gezicht in zijn ontlasting gedrukt. Hij moest het opeten. De Joodse mannen moesten daarna achter elkaar in een treintje met het gezicht in het achterwerk kruipend over het terrein. Nou, dan heb je het niet over zandstrand, de grond was schuurpapier!’’ | |||
[[Bestand:Philip-Barend-Kooperberg-04.jpg|center|Kamp Erika in de Tweede Wereldoorlog in de bossen van Ommen.]] | |||
<center>Kamp Erika in de Tweede Wereldoorlog in de bossen van Ommen. © Cultuurhistorisch Centrum Ommen (CCO)</center> | |||
<br><br> | |||
De Joodse mannen moesten ’s avonds hun kleding inleveren en naakt slapen. Bekend is dat de gevangenen slechts om de paar dagen te eten. Geen gekookt eten, alleen afval uit de keuken. De mannen in het kamp waren verhongerd en kregen slechts een paar minuten de tijd om kokend hete soep op te eten. ,,Het was een keus; of je keel laten verbranden of onvoldoende eten.’’ Als straf konden ze in een put worden gezet met half water en ontlasting erin. | |||
,,Sorry, ik word een beetje opgewonden, weet je’’, zegt Kooperberg. ,,Het gaat hier om mijn grootvader. Hij was de oudste, hij was 56. De twee die het overleefden waren jong, in de 20 nog en zijn er ongeveer drie weken geweest. Mijn grootvader zat er zes maanden. Op 22 december 1942 is hij bij de poort direct door de SD meegenomen, afgevoerd naar [[Westerbork]] en later vermoord in [[Sobibor]].’’ | |||
=== Duitse bewakers die naar het kamp kwamen schrokken hoe zij met de gevangenen omgingen.’’ === | |||
De Nieuw-Zeelander zucht vermoeid. ,,Dit is een moeilijk punt wat ik ga vertellen. Er zijn niet zoveel bronnen. Uit het naslagwerk van Loe de Jong en ‘Knackers achter prikkeldraad’ over [[Kamp Erika]] 1941-1945 van Guusta Veldman en de ooggetuigen verhalen in ‘Nederland Gedenkt’, blijkt dat het kamp onder leiding van Nederlandse collaborateurs stond. Duitse bewakers die naar het kamp kwamen, schrokken hoe zij met de gevangenen omgingen. In de kampadministratie is te lezen dat een bewaker een nieuw geweer nodig heeft, want die hij had kapotgeslagen op een gevangene.’’ | |||
=== Concentratiekamp === | |||
,,De ziekenhuizen in de omgeving van Ommen kwamen op een gegeven moment zo vol te liggen, dat er argwaan kwam. Wat gebeurde daar eigenlijk? Ook rechters wilden dat weten. Omdat zij geen toestemming hadden het kamp op te gaan, vermomden zij zich als Rode Kruis-medewerkers om toch de poort door te komen. Ze beseften dat het hier om een concentratiekamp ging buiten juridisch toezicht. Ze besloten niet meer gevangenen te veroordelen naar kamp Erika. Want ze wisten dat dat hun dood kon betekenen.’’<br> | |||
Het punt wat hij benadrukt is de betrokkenheid van Nederlanders . ,,Ik wil geen bloedspoor trekken’’, zoekt hij naar een goed Nederlands woord. ,,Maar ik wil dat het erkend wordt. Er waren concentratiekampen op Nederlandse bodem. Dat zoiets op Nederlandse bodem door Nederlanders werd uitgevoerd...<br> | |||
Kampbewaarder Bikker wordt de ‘Beul van Ommen’ genoemd. Hij werkte pas in het laatste stadium bij het kamp, in 1944. Maar daarvoor waren ook al zoveel misstanden in dit kamp gepleegd.’’ | |||
=== Nederlandse politie === | |||
Wellicht door ongemak of schaamte wordt er weggekeken, zegt hij. Ik zie het aan de schooljeugd in Ommen, refereert hij aan een herdenkingsproject in de stad aan de Vecht eerder dit jaar. ,,Ze zeggen de Joodse mensen werden afgevoerd naar Westerbork, waarna ze naar de concentratiekampen werden vervoerd door de Duitsers, waar ze omkwamen. Nee, ze werden er vermóórd. Nederlandse politie hielp mee bij Joden uit hun huizen te halen en bij het inleveren van hun huisraad. Het zijn niet altijd de Duitsers die het gedaan hebben en de verschrikkingen die alleen over de landsgrenzen waren. Invoeren van de Duitse maatregelen ging via Nederlandse justitie. De uitvoering van de wet was door de Nederlandse politie en de economische rechter.<br> | |||
Mijn grootvader is opgepakt onder Duitse bezetting door de Nederlandse politie.’’ | |||
[[Bestand:Philip-Barend-Kooperberg-05.jpg|center|Krantenbericht bestraffing clandestiene slachters. Kamp Erika Ommen © Archief John Kooperberg]],,Sommige van die bewakers zijn veroordeeld, zoals Bikker. Maar het was een beetje slap allemaal. Ik heb het idee dat Nederland genoeg geweld had gezien. Ze wilden het ook niet zo uitvoeren zoals de nazi’s het hadden gedaan. Er waren duizenden Nederlanders die fout waren. Het kamp werd later in gebruik genomen voor collaborateurs. Nederland moest weer opbouwen. De kosten om de mensen op te sluiten waren groot.<br> | |||
Men koos voor heropvoeding en re-integratie.’’ | |||
=== Postuum eerherstel === | |||
Bovenal zit het hem dwars dat de niet-criminelen die in het strafkamp zaten, waaronder zijn opa, nooit postuum eerherstel hebben gekregen. Hij gruwt ervan dat alle ‘gedetineerden’ uit die tijd nog steeds zo te boek staan. ,,Ze zijn in het kamp terecht gekomen, doordat er maatregelen golden die er niet voor en na de Tweede Wereldoorlog waren. Joodse mannen konden al voor het feit dat ze hun fiets niet inleverden of vlees dat niet geregistreerd stond, zes maanden cel krijgen. Voor het niet willen inleveren van je radio stond dezelfde straf. Het waren geen criminelen. Ze zijn het slachtoffer geworden van de nieuwe regels die door de bezetter werden ingevoerd.’’ | |||
Er zijn weinig anderen die de verhalen nog kunnen vertellen, benadrukt hij.,, Daarom moet ik dit verhaal vertellen. Ik leef omdat mijn grootmoeder geen Joodse was. Dankjewel voor het luisteren.’’ | |||
<center>'''Bewakers konden ongezien hun gang gaan in afgelegen kamp Erika'''</center><br><br> | |||
Kamp Erika in de bossen bij Ommen aan de Besthmenerweg, werd in 1942 als justitieel | |||
strafkamp, in gebruik genomen. Dat stond onder leiding van Bereitsschaftführer Werner Schwier. | |||
Hij kon vrij autonoom het kamp besturen en daarmee was deze anders dan andere in Nederland. | |||
Het dagelijkse beheer liet hij over aan de Nederlandse collaborateur Karel Diepgrond. Hij trok | |||
werklozen aan om het kamp te bewaken, sommigen deden dat vrijwillig. | |||
De eerste gevangen kwamen op 19 juni 1942 aan. Het waren veelal zwarthandelaren en illegale | |||
slachters, mensen die de Duitse distributiewetten hadden overtreden. De afgelegen ligging maakte | |||
dat de bewakers de gevangen ongehinderd konden mishandelen. Toen Nederlandse rechters | |||
daarvan op de hoogte raakten, weigerden zij nog langer veroordeelden naar Ommen te sturen, wat | |||
hen op ontslag kwam te staan. | |||
Vanaf mei 1943 was Erika een Arbeitserziehungslager. Het werd daarmee een opvoedingskamp | |||
voor mannen die zich hadden onttrokken aan de Arbeitseinsatz in de Duitse oorlogsindustrie. Ook | |||
werden opgepakte landlopers en bedelaars naar kamp Erika gestuurd. Een jaar later werd het een | |||
strafkamp, bewaakt door onder meer de beruchte Herbert Bikker. Bikker zou jaren na de | |||
bevrijding nog het nieuws beheersen. Hij werd ter dood veroordeeld, ontsnapte naar Duitsland en | |||
werd jaren later weer voor de rechter gesleept. | |||
Kamp Erika werd op 6 april 1945 bevrijd. In totaal zaten er ongeveer zesduizend mensen vast. | |||
Dwangarbeid, ziektes, ondervoeding, mishandeling en moord kostten zeker 170 gevangenen het | |||
leven. Van de groep Joodse gevangenen die er vanaf het begin geïsoleerd werd opgesloten, | |||
overleefden er twee de oorlog. Bekend is dat Salomon Roet en Markus Lelyveld in het kamp zijn | |||
omgekomen. Ze zijn begraven op de Joodse begraafplaats in Ommen. | |||
{{clr}} | |||
<br><br> | |||
Geraadpleegde bronnen: | |||
*Artikel in De Stentor, d.d. 03-04-2020, | |||
*Ingrid Stijkel 03-04-20 | |||
{{clr}} | {{clr}} | ||
<br><br> | <br><br> | ||
Versie van 23 jun 2026 11:03
John ontdekte het gruwelijke lot van zijn opa in kamp Erika bij Ommen. Dit is het verhaal dat hij niet heeft kunnen navertellen
Vermoord in Sobibor
* Raamsdonk 13-01-1886 † Sobibor, 16-07-1943
Nieuw-Zeelander John Kooperberg is een zoektocht naar de waarheid over zijn opa gestart en kwam achter een afschuwelijk verhaal. Zijn opa zat in de Tweede Wereldoorlog in het beruchte kamp Erika in Ommen vast. Vanaf het midden van 1942 verbleef ook een klein aantal Joodse mannen in het kamp. De eersten van hen kwamen al op 21 juni, toen het kamp in gebruik werd genomen. Vijf mannen waren door de Nederlandse rechter veroordeeld en moesten hun straf uitzitten in kamp Erika.
Drie mannen waren afkomstig uit een Joods Werkkamp en werden als strafmaatregel naar kamp Erika overgebracht. Bij die eerste groep zat ook de grootvader van John Kooperberg, Philip Barend Kooperberg.
De gruwelijke waarheid over wat er met de joodse dwangarbeiders gebeurde in de werkkampen. 75 jaar na de bevrijding van het kamp, op 6 april 1945, doet hij zijn verhaal.
Verdriet en een zoektocht naar rechtvaardigheid, het zit tot diep in de vezels van de 62-jarige John Kooperberg uit Nieuw-Zeeland.
Zijn grootvader was een van een groep van acht Joodse mannen die de extreemste vernederingen op kamp Erika bij Ommen in de Tweede Wereldoorlog moesten doorstaan. Alles wat erover te vinden is zocht hij na. Hij ontdekte afschuwelijke gebeurtenissen.
Binnenkort staat er een nieuw herinneringsmonument op de Besthmenerberg bij Ommen. Het heeft een algemeen karakter. Gelukkig maar, zucht John Kooperberg tijdens een bezoek aan de stad. ,,Ik waardeer dat er jaarlijks herdenkingen zijn georganiseerd, maar er staat nu 73 jaar een keurig christelijk kruis en niets wat verwijst naar de Joodse slachtoffers. Waarom er zoiets nooit is gekomen? Ik heb stamboomonderzoek gedaan naar de families van deze acht mensen. Twee zijn vermoord in kamp Erika, vier zijn later in Sobibor en andere concentratiekampen vermoord en twee hebben de oorlog overleefd. Meer dan driehonderd familieleden van deze acht hebben de oorlog niet overleefd. Er was dus vlak na de oorlog geen stem om een Joods gedenkteken mogelijk te maken. Ik kan dit verhaal vertellen, omdat ik nog leef doordat mijn grootmoeder een niet-Joodse was. Daardoor hebben mijn vader en zijn broers en zussen de oorlog overleefd.’’
Gebroken
Kooperberg is een vitale man die goed Nederlands spreekt ondanks het feit dat hij is opgegroeid in Nieuw-Zeeland. Hij voelt zich nog verbonden met Nederland. Deze winter was hij nog bij een herdenking in Raamsdonksveer, de geboorteplaats van zijn opa en diens broers en zussen. Toch, als hij het verhaal over de acht Joodse mannen in gevangenkamp Erika vertelt ziet hij er gebroken uit.
Regelmatig verontschuldigt hij zich voor het feit dat hij geëmotioneerd is en vallen er stiltes.
,,Sorry, het is zo gruwelijk.’’
Het terrein van Kamp Erika genoot voor de Tweede Wereldoorlog nog faam door de Sterkampen van Krishnamurti. Ommen was het centrum van de theosofische beweging waar mensen uit alle windstreken op af kwamen. Toen de oorlog uitbrak kwamen er werkkampen in heel het land. Kamp Erika kreeg een bestemming als strafkamp doordat de gevangenissen overvol kwamen te zitten. Duizenden gevangenen kwamen er tussen 1942 en 1945 terecht.

Gearresteerd
Vanaf het midden van 1942 verbleef ook een klein aantal Joodse mannen in het kamp. De eersten van hen kwamen al op 21 juni, toen het kamp in gebruik werd genomen. Vijf mannen waren door de Nederlandse rechter veroordeeld en moesten hun straf uitzitten in kamp Erika. Drie mannen waren afkomstig uit een Joods Werkkamp en werden als strafmaatregel naar kamp Erika overgebracht. Bij die eerste groep zat ook de grootvader van John Kooperberg, Philip Barend Kooperberg.

Nieuw-Zeelander John Kooperberg is een zoektocht naar de waarheid over zijn opa gestart en kwam achter een afschuwelijk verhaal. Zijn opa zat in de Tweede Wereldoorlog in het beruchte kamp Erika in Ommen vast.
,,Hij was slager in Den Haag en was gearresteerd omdat hij vlees had waar hij geen vergunning voor had. Was hij verraden? Dat weet ik nog niet. Hij werd veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf. Op 22 juni 1942 komt hij binnen in het gevangeniskamp. Ik heb het nagekeken in de kampregisters die er nog zijn. Er staat bij ‘geloof’ een streepje achter zijn naam, maar erachter is tussen haakjes gezet ‘Israëliet’. Zijn handtekening is niet mooi. Het is bekend dat de gevangenen bij de poorten al in elkaar werden geslagen.’’
Ze hadden de slechtste behandeling, het minste eten.’’
Het was slechts een kleine voorbode van de gruwelijkheden die hem te wachten stonden. Kooperberg heeft het allemaal nageplozen in de enkele bronnen die erover bekend zijn. Waarvan voor hem het belangrijkste de ooggetuigen-verslagen zijn van twee van de acht Joden uit het kamp die de oorlog overleefden.
,,Zij hebben beiden afzonderlijk van elkaar gezegd dat kamp Erika nog vele malen erger was dan Auschwitz. Daar was je ook wel op een dag aan de beurt, maar er zaten zoveel mensen op elkaar dat de volgende dag een ander de klos was. Hier niet. Hier was een klein clubje Joodse mannen die afzonderlijk in een tent zat, die werden vernederd, getreiterd, afgebeuld. Als de niet-Joodse mannen een overtreding hadden begaan kwamen ze bij het strafcommando. Maar de Joodse mannen zaten daar altijd. Ze hadden de slechtste behandeling, het minste eten.’’
Schoon likken
Hij slikt. Het is erg wat ik ga vertellen, waarschuwt hij.
,,Ik wil u echt niet laten schrikken. Moet je voorstellen. Er waren duizenden mensen waarvan een groot deel aan dysenterie leden. De latrines waren vol.
De Joodse mensen, zo zeggen de ooggetuigen, moesten de emmers legen en schoonmaken. Als ze niet schoon waren, dan moesten zij ze schoon likken....,, ,,Er is een verhaal dat de overige gevangenen op appèl stonden en zagen dat een Joodse man uit de tent kroop en met zijn hand op zijn buik de latrine probeerde te halen. Dat lukte niet. Hij werd door een van de bewakers met zijn gezicht in zijn ontlasting gedrukt. Hij moest het opeten. De Joodse mannen moesten daarna achter elkaar in een treintje met het gezicht in het achterwerk kruipend over het terrein. Nou, dan heb je het niet over zandstrand, de grond was schuurpapier!’’

De Joodse mannen moesten ’s avonds hun kleding inleveren en naakt slapen. Bekend is dat de gevangenen slechts om de paar dagen te eten. Geen gekookt eten, alleen afval uit de keuken. De mannen in het kamp waren verhongerd en kregen slechts een paar minuten de tijd om kokend hete soep op te eten. ,,Het was een keus; of je keel laten verbranden of onvoldoende eten.’’ Als straf konden ze in een put worden gezet met half water en ontlasting erin.
,,Sorry, ik word een beetje opgewonden, weet je’’, zegt Kooperberg. ,,Het gaat hier om mijn grootvader. Hij was de oudste, hij was 56. De twee die het overleefden waren jong, in de 20 nog en zijn er ongeveer drie weken geweest. Mijn grootvader zat er zes maanden. Op 22 december 1942 is hij bij de poort direct door de SD meegenomen, afgevoerd naar Westerbork en later vermoord in Sobibor.’’
Duitse bewakers die naar het kamp kwamen schrokken hoe zij met de gevangenen omgingen.’’
De Nieuw-Zeelander zucht vermoeid. ,,Dit is een moeilijk punt wat ik ga vertellen. Er zijn niet zoveel bronnen. Uit het naslagwerk van Loe de Jong en ‘Knackers achter prikkeldraad’ over Kamp Erika 1941-1945 van Guusta Veldman en de ooggetuigen verhalen in ‘Nederland Gedenkt’, blijkt dat het kamp onder leiding van Nederlandse collaborateurs stond. Duitse bewakers die naar het kamp kwamen, schrokken hoe zij met de gevangenen omgingen. In de kampadministratie is te lezen dat een bewaker een nieuw geweer nodig heeft, want die hij had kapotgeslagen op een gevangene.’’
Concentratiekamp
,,De ziekenhuizen in de omgeving van Ommen kwamen op een gegeven moment zo vol te liggen, dat er argwaan kwam. Wat gebeurde daar eigenlijk? Ook rechters wilden dat weten. Omdat zij geen toestemming hadden het kamp op te gaan, vermomden zij zich als Rode Kruis-medewerkers om toch de poort door te komen. Ze beseften dat het hier om een concentratiekamp ging buiten juridisch toezicht. Ze besloten niet meer gevangenen te veroordelen naar kamp Erika. Want ze wisten dat dat hun dood kon betekenen.’’
Het punt wat hij benadrukt is de betrokkenheid van Nederlanders . ,,Ik wil geen bloedspoor trekken’’, zoekt hij naar een goed Nederlands woord. ,,Maar ik wil dat het erkend wordt. Er waren concentratiekampen op Nederlandse bodem. Dat zoiets op Nederlandse bodem door Nederlanders werd uitgevoerd...
Kampbewaarder Bikker wordt de ‘Beul van Ommen’ genoemd. Hij werkte pas in het laatste stadium bij het kamp, in 1944. Maar daarvoor waren ook al zoveel misstanden in dit kamp gepleegd.’’
Nederlandse politie
Wellicht door ongemak of schaamte wordt er weggekeken, zegt hij. Ik zie het aan de schooljeugd in Ommen, refereert hij aan een herdenkingsproject in de stad aan de Vecht eerder dit jaar. ,,Ze zeggen de Joodse mensen werden afgevoerd naar Westerbork, waarna ze naar de concentratiekampen werden vervoerd door de Duitsers, waar ze omkwamen. Nee, ze werden er vermóórd. Nederlandse politie hielp mee bij Joden uit hun huizen te halen en bij het inleveren van hun huisraad. Het zijn niet altijd de Duitsers die het gedaan hebben en de verschrikkingen die alleen over de landsgrenzen waren. Invoeren van de Duitse maatregelen ging via Nederlandse justitie. De uitvoering van de wet was door de Nederlandse politie en de economische rechter.
Mijn grootvader is opgepakt onder Duitse bezetting door de Nederlandse politie.’’

,,Sommige van die bewakers zijn veroordeeld, zoals Bikker. Maar het was een beetje slap allemaal. Ik heb het idee dat Nederland genoeg geweld had gezien. Ze wilden het ook niet zo uitvoeren zoals de nazi’s het hadden gedaan. Er waren duizenden Nederlanders die fout waren. Het kamp werd later in gebruik genomen voor collaborateurs. Nederland moest weer opbouwen. De kosten om de mensen op te sluiten waren groot.
Men koos voor heropvoeding en re-integratie.’’
Postuum eerherstel
Bovenal zit het hem dwars dat de niet-criminelen die in het strafkamp zaten, waaronder zijn opa, nooit postuum eerherstel hebben gekregen. Hij gruwt ervan dat alle ‘gedetineerden’ uit die tijd nog steeds zo te boek staan. ,,Ze zijn in het kamp terecht gekomen, doordat er maatregelen golden die er niet voor en na de Tweede Wereldoorlog waren. Joodse mannen konden al voor het feit dat ze hun fiets niet inleverden of vlees dat niet geregistreerd stond, zes maanden cel krijgen. Voor het niet willen inleveren van je radio stond dezelfde straf. Het waren geen criminelen. Ze zijn het slachtoffer geworden van de nieuwe regels die door de bezetter werden ingevoerd.’’
Er zijn weinig anderen die de verhalen nog kunnen vertellen, benadrukt hij.,, Daarom moet ik dit verhaal vertellen. Ik leef omdat mijn grootmoeder geen Joodse was. Dankjewel voor het luisteren.’’
Kamp Erika in de bossen bij Ommen aan de Besthmenerweg, werd in 1942 als justitieel strafkamp, in gebruik genomen. Dat stond onder leiding van Bereitsschaftführer Werner Schwier. Hij kon vrij autonoom het kamp besturen en daarmee was deze anders dan andere in Nederland. Het dagelijkse beheer liet hij over aan de Nederlandse collaborateur Karel Diepgrond. Hij trok werklozen aan om het kamp te bewaken, sommigen deden dat vrijwillig.
De eerste gevangen kwamen op 19 juni 1942 aan. Het waren veelal zwarthandelaren en illegale slachters, mensen die de Duitse distributiewetten hadden overtreden. De afgelegen ligging maakte dat de bewakers de gevangen ongehinderd konden mishandelen. Toen Nederlandse rechters daarvan op de hoogte raakten, weigerden zij nog langer veroordeelden naar Ommen te sturen, wat hen op ontslag kwam te staan.
Vanaf mei 1943 was Erika een Arbeitserziehungslager. Het werd daarmee een opvoedingskamp voor mannen die zich hadden onttrokken aan de Arbeitseinsatz in de Duitse oorlogsindustrie. Ook werden opgepakte landlopers en bedelaars naar kamp Erika gestuurd. Een jaar later werd het een strafkamp, bewaakt door onder meer de beruchte Herbert Bikker. Bikker zou jaren na de bevrijding nog het nieuws beheersen. Hij werd ter dood veroordeeld, ontsnapte naar Duitsland en werd jaren later weer voor de rechter gesleept.
Kamp Erika werd op 6 april 1945 bevrijd. In totaal zaten er ongeveer zesduizend mensen vast. Dwangarbeid, ziektes, ondervoeding, mishandeling en moord kostten zeker 170 gevangenen het leven. Van de groep Joodse gevangenen die er vanaf het begin geïsoleerd werd opgesloten, overleefden er twee de oorlog. Bekend is dat Salomon Roet en Markus Lelyveld in het kamp zijn omgekomen. Ze zijn begraven op de Joodse begraafplaats in Ommen.
Geraadpleegde bronnen:
- Artikel in De Stentor, d.d. 03-04-2020,
- Ingrid Stijkel 03-04-20
Bron, Digitalisering en Wiki opmaak: Terry van Erp
