Een levenswerk op wielen bij Landgoed Het Broeck
Gerard van Beurden bewaart in Raamsdonk het verdwenen ambacht van de wagenmaker
Raamsdonk, 17 juni 2026 – Wie Landgoed Het Broeck aan de Lange Broekstraat oprijdt, komt niet zomaar op een erf. Achter het monumentale woonhuis met de veelzeggende naam Carpe Diem ligt een wereld verscholen van rijtuigen, oude ambachten, kunst, tuinen en verhalen. Voor Gerard van Beurden is het vooral een levenswerk.
“Een rijtuig is eigenlijk ook een kunstwerk, alleen op een ander gebied.”
Toen Gerard en zijn vrouw 35 jaar geleden op deze plek terechtkwamen, was er van een landgoed nog nauwelijks sprake. “Het was een boerderij met veel achterstallig onderhoud,” vertelt hij. “De boer die hier woonde, werd ouder en het onderhoud was blijven liggen.” Toch zag Van Beurden meteen mogelijkheden. Niet om er een attractie van te maken, maar om er te wonen en het oude karakter te bewaren. “Ik wist eigenlijk gelijk hoe het ingedeeld moest worden. Comfortabel, maar wel in de stijl van vroeger.”
Van wagenmaker naar restaurateur
Die blik op hout, vorm en constructie kwam niet uit de lucht vallen. Van Beurden stamt uit een familie van wagenmakers, later overgegaan naar carrosseriebouw. Zelf begon hij in Waspik een bedrijf in poedercoating, maar de band met het oude ambacht bleef. Toen de grote Vlaamse schuur achter het woonhuis werd opgeknapt, ontstond het idee om daar iets met rijtuigen te doen.
“Vanuit de wagenmakerij kom je vanzelf bij rijtuigen uit,” zegt hij. “In boerendorpen werden karren gemaakt en gerepareerd. De betere wagenmakers gingen ook rijtuigen bouwen.”
Wat begon met de gedachte om eens één rijtuig te restaureren, groeide uit tot een collectie. Ruim twintig jaar werkte hij aan het herstel van rijtuigen die anders waarschijnlijk verloren waren gegaan.
“Ik ben restaurateur en verzamelaar, maar vooral restaurateur,” zegt Van Beurden. “Wat ik maak, houd ik zelf. Het wordt niet verkocht. Het is geen handel. Het gaat erom dat het bewaard blijft.”
Ambacht dat bijna verdwenen is
In het Rijtuigmuseum De Koetserij staan de gerestaureerde rijtuigen opgesteld als stille getuigen van een tijd waarin vervoer nog afhankelijk was van hout, ijzer, leer, paardenkracht en vakmanschap. Alles wat er staat, zou in principe nog aangespannen kunnen worden, maar Van Beurden doet dat bewust niet.
“Dan krijg je beschadigingen. Als ik mensen iets wil laten zien, wil ik het mooi laten zien. Anders blijf je repareren.”
Een bijzonder verhaal is de bouw van een nieuwe calèche. Jarenlang zocht Van Beurden naar een bepaald model, zelfs tot in Amerika. Toen dat niet lukte en de coronatijd alles stillegde, besloot hij het rijtuig zelf te maken. “Ik had hier geen werkruimte meer, want mijn atelier was inmiddels theater geworden. Daarom heb ik op een andere plek gewerkt. Een jaar lang.” Het hele bouwproces werd gefilmd. Die film wordt nu vertoond aan bezoekers, zodat zij kunnen zien hoeveel ambacht, geduld en kennis er in zo’n rijtuig schuilgaat.
“Uren moet je dan niet tellen,” zegt hij nuchter. “Als je dat doet, begin je er niet aan.”
Meer dan rijtuigen
In de loop der jaren groeide het erf verder uit. Er kwam een wagenmakerij museum, waar te zien is onder welke omstandigheden vroeger werd gewerkt. In de machinale kamer staan onder meer machines die ooit centraal werden aangedreven. Het zijn herinneringen aan een vakgebied waarin alles met de hand, met inzicht en vaak met beperkte middelen tot stand kwam.
Daarnaast ontstond er een beeldentuin. Aanvankelijk kwam Van Beurden via exposerende kunstenaars in aanraking met kunst. Later werd achter het erf extra grond aangekocht en ingericht als parkachtige tuin. Er staan beelden in brons en steen, waaronder veel werk uit Zimbabwe. Ook komen er wekelijks beeldhouwers bijeen die op het landgoed hun passie uitoefenen en in steen werken. Daarmee is het landgoed niet alleen een plek waar oude ambachten worden bewaard, maar ook waar nog altijd wordt gemaakt.
“Het heeft zich allemaal stap voor stap ontwikkeld,” zegt Van Beurden. “Als er iets gebeurt, moet het eigenlijk weer iets toevoegen. Mensen moeten steeds iets kunnen ontdekken.”
De kunst kreeg bovendien een steeds prominentere plaats op het landgoed. In de parkachtige beeldentuin achter het museum staan werken van onder anderen beeldhouwster Ineke van der Loo en diverse andere kunstenaars. Ook binnen zijn bijzondere kunstwerken te bewonderen, waaronder uniek houten beeldhouwwerk dat prachtig aansluit bij de ambachtelijke sfeer van het landgoed. Achter in het park is bovendien een speciale werkplek ingericht waar een groep beeldhouwers wekelijks bijeenkomt om in steen te werken. Bezoekers treffen er niet alleen voltooide kunstwerken aan, maar kunnen soms ook zien hoe nieuwe beelden ontstaan. Daarmee vormt het landgoed niet alleen een plek waar erfgoed wordt bewaard, maar ook waar creativiteit en vakmanschap nog wekelijks worden beoefend.
Carpe Diem
Het woonhuis zelf kreeg de naam Carpe Diem: pluk de dag. De naam past bij de manier waarop Van Beurden en zijn vrouw het geheel hebben opgebouwd. Niet vanuit een strak commercieel plan, maar vanuit liefde voor vorm, historie en vakmanschap. De oorspronkelijke boerderij was ooit een hooiboerderij. De schuur stond los van het huis, wat iets zegt over de functie en de status van het erf. “Hier werd vroeger hooi opgeslagen. Dat was in een tijd met veel paarden een belangrijke en lucratieve bezigheid.”
Dat verleden is nog voelbaar. Niet als decor, maar als laag onder alles wat er nu te zien is. De oude boerderij, de schuren, de rijtuigen, de tuin en de kunst vormen samen een verhaal over behoud.
Vrijwilligers onmisbaar
Toch is het in stand houden van zo’n plek geen vanzelfsprekendheid. Van Beurden is daar eerlijk over. “Het gaat steeds beter, maar alles wat je bedenkt vraagt mensen. En mensen betekent vrijwilligers.” De entreegelden zijn niet bedoeld om salarissen van te betalen, maar om het geheel draaiende te houden. Groepen kunnen worden ontvangen, er is koffie, thee en eventueel lunch, maar ook dat vraagt organisatie.
“We doen veel zelf en proberen waar mogelijk mensen uit het dorp erbij te betrekken,” zegt hij. “Maar het blijft een kunst om het gaande te houden.”
Subsidies zijn niet eenvoudig te krijgen. Publiciteit helpt, maar kost ook tijd en geld. Toch merkt hij dat de belangstelling groeit. Er komen groepen, busreizen en bezoekers die verrast zijn door wat er op het landgoed allemaal te zien is. Ook vanuit de gemeente komt weer meer aandacht. “De burgemeester is hier pas geweest en was verwonderd over wat hier allemaal staat.”
Bewaren voor later
Het grootste vraagstuk is misschien wel de toekomst. Rijtuigen restaureren is een zeldzaam specialisme geworden. Er zijn weinig mensen die de ruimte, kennis, middelen en tijd hebben om dit soort erfgoed te bewaren. “Waar kan dat nog?” vraagt Van Beurden zich hardop af. “Wie kan nog rijtuigen restaureren? En wie kan dat allemaal bekostigen?”
Juist daarom is zijn collectie waardevol. Niet vanwege aantallen, maar vanwege het verhaal erachter. Elk rijtuig is door zijn handen gegaan. Elk onderdeel vertelt iets over een verdwenen wereld. Voor Van Beurden is het duidelijk: een rijtuig is meer dan een gebruiksvoorwerp. “Op het gebied van ons ambacht is het gewoon een kunstwerk.”
Wie over Landgoed Het Broeck wandelt, ziet dus meer dan een verzameling. Het is het resultaat van 35 jaar kijken, herstellen, bewaren en doorgaan. Een plek waar oude wielen niet meer over de weg rollen, maar nog altijd verhalen in beweging zetten.
Bron: Tom Rietveld - De Langstraat
Digitalisering en Wiki opmaak: Terry van Erp
