<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://wikitest.nl/index.php?action=history&amp;feed=atom&amp;title=Terp</id>
	<title>Terp - Bewerkingsoverzicht</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://wikitest.nl/index.php?action=history&amp;feed=atom&amp;title=Terp"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wikitest.nl/index.php?title=Terp&amp;action=history"/>
	<updated>2026-04-24T16:29:16Z</updated>
	<subtitle>Bewerkingsoverzicht voor deze pagina op de wiki</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.6</generator>
	<entry>
		<id>https://wikitest.nl/index.php?title=Terp&amp;diff=143796&amp;oldid=prev</id>
		<title>Colani op 11 nov 2024 om 09:59</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wikitest.nl/index.php?title=Terp&amp;diff=143796&amp;oldid=prev"/>
		<updated>2024-11-11T09:59:31Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;&lt;b&gt;Nieuwe pagina&lt;/b&gt;&lt;/p&gt;&lt;div&gt;[[Bestand:Hogebeintum1.jpg|thumb|Zicht op de terp van [[Hogebeintum]] (Friesland).]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Zicht op de terp van Hogebeintum richting kerk,--Archeoregio 7 - Hogebeintum - 20425971 - RCE.jpg|thumb|Zicht op de terp van [[Hogebeintum]] (Friesland).]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Wiewerd goudschat.jpg|thumb|De goudschat uit de [[zevende eeuw]], in 1866 gevonden in de terp van [[Wieuwerd]] (Friesland).]]&lt;br /&gt;
Een &amp;#039;&amp;#039;&amp;#039;terp&amp;#039;&amp;#039;&amp;#039; is een ter bewoning aangelegde verhoging in het landschap.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Friese woord terp is verwant aan het Nederlandse woord dorpú, Oudgermaanse varianten zijn onder andere het Gotische &amp;#039;&amp;#039;thaurp&amp;#039;&amp;#039;. Later een groep huizen, nederzetting of grondstuk. In Friesland wordt er een kunstmatige heuvel (landvorm) mee aangeduid, die werd opgeworpen om bij [[hoogwater]] een droge plek te hebben. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In [[Groningen (provincie)|Groningen]] wordt meestal de benaming &amp;#039;&amp;#039;[[wierde (landvorm)|wierde]]&amp;#039;&amp;#039; gebruikt, in [[Noord-Holland]] en het eiland [[Marken (Waterland)|Marken]] de benaming &amp;#039;&amp;#039;werf&amp;#039;&amp;#039;, in [[Noord-Duitsland]] de benamingen &amp;#039;&amp;#039;warft&amp;#039;&amp;#039;, &amp;#039;&amp;#039;wurt&amp;#039;&amp;#039; of &amp;#039;&amp;#039;wierde&amp;#039;&amp;#039; en in Denemarken &amp;#039;&amp;#039;værft&amp;#039;&amp;#039;, &amp;#039;&amp;#039;varft&amp;#039;&amp;#039; of &amp;#039;&amp;#039;verft&amp;#039;&amp;#039;. [[Henk Berendsen|Berendsen]] (2005) stelt dat het Groningse woord &amp;#039;&amp;#039;wierde&amp;#039;&amp;#039; eigenlijk een betere benaming is dan &amp;#039;&amp;#039;terp&amp;#039;&amp;#039;, omdat het eerste &amp;#039;woonheuvel&amp;#039; zou betekenen en het tweede &amp;#039;dorp&amp;#039;&amp;lt;ref name=&amp;quot;Berendsen&amp;quot; /&amp;gt; (zie ook de [[#Etymologie en geografische namen|betreffende paragraaf]]) De etymologie van het woord wierde (dat mogelijk op meerdere woorden teruggaat) is volgens het WNT echter onzeker en zou eerder samenhangen met het woord &amp;#039;weren&amp;#039; (zich verdedigen).&amp;lt;ref&amp;gt;{{Citeer web|url=http://gtb.inl.nl/iWDB/search?actie=article&amp;amp;wdb=WNT&amp;amp;id=M086018|titel=WIERDE(1)|bezochtdatum=11-10-2019|auteur=|achternaam=|voornaam=|datum=1991|werk=Woordenboek der Nederlandsche Taal|uitgever=|taal=}}&amp;lt;/ref&amp;gt;Echter kunnen wierde, maar ook werf(-t) afgeleid zijn van (op-)werpen. Verder komt terp in slechts een paar plaatsnamen voor en houden in hun betekenis geen verband met een opgeworpen heuvel (Ureterp, Olterterp, Wijnjeterp). Bij wierde-/terpdorpen komen veelvuldig Wier, Werd, (W-)aard e.d. voor. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Deze woonheuvels zijn geleidelijk ontstaan nadat bewoners zich in het Fries-Groningse [[kwelder]]gebied gevestigd hadden vanaf de [[6e eeuw v.Chr.|zesde eeuw voor Christus]]. Deze door aanslibbing van de zee gevormde vruchtbare gronden, op sommige plaatsen een lage [[kwelderwal]], boden een goede woonplaats. De boeren waren echter door de stijgende zeespiegel gedwongen hun huis en have te redden op terpen, die in omvang en hoogte steeds toenamen.&amp;lt;ref&amp;gt;J. de Rek, &amp;#039;&amp;#039;Van hunebed tot hanzestad I&amp;#039;&amp;#039;, Bosch en Keuning, Baarn, 1983, p. 48-51.&amp;lt;/ref&amp;gt;&amp;lt;ref&amp;gt;L.P. Louwe Kooijmans, &amp;#039;&amp;#039;Verleden land: Archeologische opgravingen in Nederland&amp;#039;&amp;#039;, Meulenhoff Informatief, Amsterdam, 1981, p. 71.&amp;lt;/ref&amp;gt; Terpen kwamen voor langs de hele [[Waddeneilanden|Waddenkust]] van West-Europa; in [[België]], [[Noord-Nederland]], [[Noord-Duitsland]] en West-[[Denemarken]]. In Groningen en Friesland liggen waarschijnlijk rond de 2000 terpen. Bij een inventarisatie in 1963 werden 587 terpen geteld in Groningen en bij een inventarisatie in 1979 955 in Friesland. Er worden echter nog regelmatig nieuwe terpen ontdekt, waarvan de meeste in de loop der tijd overslibd zijn geraakt.&amp;lt;ref&amp;gt;{{Citeer web|url=https://www.rug.nl/research/portal/files/71787388/2_Dagelijks_leven_op_terpen_en_wierden_Nieuwhof_2018_verkleind_.pdf|titel=Dagelijks leven op terpen en wierden|bezochtdatum=11-10-2019|auteur=Annet Nieuwhow|achternaam=|voornaam=|datum=2018|werk=De geschiedenis van terpen- en wierdenland|uitgever=|pagina&amp;#039;s=p. 27, noot 2|taal=|archiefurl=https://web.archive.org/web/20191011084624/https://www.rug.nl/research/portal/files/71787388/2_Dagelijks_leven_op_terpen_en_wierden_Nieuwhof_2018_verkleind_.pdf|archiefdatum=2019-10-11|dodeurl=nee}}&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Hogebeintum]] (&amp;#039;&amp;#039;Hegebeintum&amp;#039;&amp;#039;) in Friesland is met 8,80 meter boven [[Normaal Amsterdams Peil|NAP]] de hoogste terp van Nederland.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Huisterpen ==&lt;br /&gt;
Huisterpen zijn opgeworpen voor een enkele boerderij met bijgebouwen. Ze dateren meestal van na het jaar [[1000]] toen veel boeren de dorpsterp verlieten voor een plaats in het open land. In het oude zeekleigebied van Groningen en Friesland kunnen ze echter al gesticht zijn in de [[prehistorie]]. Soms zijn juist verschillende huisterpen aaneengegroeid tot een dorpsterp. In middeleeuwse [[Grote Ontginning|veenontginningsgebieden]] zijn de terpen soms &amp;#039;gegroeid&amp;#039; door [[inklinken]] van het bewerkte land en de terp door eeuwenlange opslag van mest en afval juist groter en hoger werd. Ook rond de voormalige [[Zuiderzee]], onder andere in de polder [[Mastenbroek]] bij [[Kampen (stad)|Kampen]] en op [[Marken (Waterland)|Marken]] zijn huisterpen te vinden, evenals in het [[rivierengebied]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Vergelijkbare heuvels ==&lt;br /&gt;
Buiten het waddengebied komt de benaming terp ook voor in [[Zeeland (provincie)|Zeeland]]. Aldaar werd in de 15e eeuw het woord [[vliedberg]] geïntroduceerd voor bepaalde opgeworpen heuvels, omdat men dacht dat deze heuvels als vluchtheuvels waren opgeworpen voor tijden van hoog water. Bij opgravingen bleek echter dat deze heuvels, vaak steil en met een gering bovenoppervlak, de restanten van [[mottekasteel|mottekastelen]] bevatten en dus moeten worden gezien als heuvels met een verdedigbare versterking, vergelijkbaar met de Friese &amp;#039;&amp;#039;[[hege wier]]en&amp;#039;&amp;#039;, waarop [[stins]]en werden gebouwd. Het waren derhalve wel vluchtheuvels, maar niet voor hoog water, maar voor bescherming tegen een vijandig leger. In Zeeland is [[Kloetinge]] echter een voorbeeld van een woonheuvel in de oude zin van het woord. In oudere literatuur worden de termen terp en vliedberg vaak ten onrechte als synoniemen gebruikt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In het Nederlandse [[rivierengebied]] lagen ook kunstmatige heuvels, die aangeduid worden met het [[Middelnederlands]]e &amp;#039;&amp;#039;woerden&amp;#039;&amp;#039; (&amp;quot;woonheuvels&amp;quot;; of &amp;#039;&amp;#039;werden&amp;#039;&amp;#039;, &amp;#039;&amp;#039;wuurden&amp;#039;&amp;#039; of &amp;#039;&amp;#039;worden&amp;#039;&amp;#039;; zoals in [[Wordragen]]), maar het is niet zeker of deze flauwe hoogten ontstaan zijn door intensief bodemgebruik of dat er ook grond is opgebracht. In elk geval dateren ze voor zover bekend uitsluitend van na de bedijkingen. De term woerd kan verder ook verwijzen naar een natuurlijke heuvel; de [[donk (landvorm)|donk]]. In de [[Bommelerwaard]] zijn wel vluchtheuvels opgeworpen na de [[Watersnood in de Bommelerwaard 1861|overstroming van 1861]], maar deze zijn nooit als zodanig gebruikt.&amp;lt;ref name=&amp;quot;Berendsen&amp;quot;&amp;gt;{{Citeer web|url=http://books.google.nl/books?id=Cv480l8oSCEC&amp;amp;pg=PA194|titel=Woerden in Midden-Nederland|werk=Landschap in delen: overzicht van de geofactoren|auteur = [[Henk Berendsen|H.J.A. Berendsen]]|uitgever=Uitgeverij Van Gorcum|jaar=2005|archiefurl=https://web.archive.org/web/20141129031513/http://books.google.nl/books?id=Cv480l8oSCEC&amp;amp;pg=PA194|archiefdatum=2014-11-29|dodeurl=nee}}&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In [[Gelderland]] wordt de term &amp;#039;&amp;#039;pol&amp;#039;&amp;#039; gebruikt voor een hogere plek in een laag gebied, bijvoorbeeld aan een rivier. De verhoging is vaak, maar niet per se, natuurlijk.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Etymologie en geografische namen ==&lt;br /&gt;
Het woord &amp;#039;&amp;#039;terp&amp;#039;&amp;#039; is van oorsprong het Friese woord voor [[dorp]]. Tegenwoordig wordt hiervoor echter het Nederlandse [[leenwoord]] &amp;quot;doarp&amp;quot; gebruikt en wordt met &amp;quot;terp&amp;quot; verwezen naar deze woonheuvels. In het [[Noord-Fries]] en [[Saterfries]] kent men de benaming nog wel. Het woord terp is ook verwant aan het [[Nedersaksisch|Nedersaksische]] &amp;#039;&amp;#039;darp&amp;#039;&amp;#039; wat eveneens dorp betekent.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Plaatsen die voortgekomen zijn uit een terp hebben in Friesland vaak de uitgang &amp;#039;&amp;#039;-um&amp;#039;&amp;#039; ([[Dokkum]], [[Kollum]], [[Hantum]], [[Hogebeintum]], [[Menaldum]], [[Burum]], [[Blessum]], [[Britsum]], [[Wierum (Friesland)|Wierum]], [[Deinum]], [[Boksum]], [[Roordahuizum]], [[Marrum]]). De uitgang &amp;#039;&amp;#039;-werd&amp;#039;&amp;#039; komt eveneens vaak voor in Friesland en Groningen ([[Wieuwerd]], [[Sauwerd]], maar ook [[Leeuwarden (stad)|Leeuwarden]], dat uit verschillende terpen is ontstaan). De uitgang &amp;#039;&amp;#039;-terp&amp;#039;&amp;#039; komt ook voor, zij het minder frequent dan de eerder genoemden. In het land [[Hadeln]] en [[Kreis Nordfriesland|Noord-Friesland]] komen vooral de uitgangen &amp;#039;&amp;#039;-wort&amp;#039;&amp;#039; en &amp;#039;&amp;#039;-wörden&amp;#039;&amp;#039; voor.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Geschiedenis ==&lt;br /&gt;
De eerste terpen werden aangelegd rond [[500 v.Chr.]] In de 3e eeuw na Chr. nam de bevolking sterk af onder invloed van [[zeespiegelstijging]] en de [[Grote Volksverhuizing|volksverhuizingen]]. Hierdoor was het gebied in de 4e eeuw grotendeels verlaten op enkele terpen in Groningen en langs de [[Middelzee]] na. In de 5e eeuw werd het gebied weer herbevolkt.&amp;lt;ref&amp;gt;{{Citeer web|url=https://www.rug.nl/research/portal/files/37458383/De_lege_vierde_eeuw.pdf|titel=De lege vierde eeuw|bezochtdatum=11-10-2019|auteur=Annet Nieuwhof|achternaam=|voornaam=|datum=2016|werk=Van Wierhuizen tot Achlum: Honderd jaar archeologisch onderzoek in terpen en wierden|uitgever=Vereniging voor terpenonderzoek|pagina&amp;#039;s=pp. 83-98|taal=|archiefurl=https://web.archive.org/web/20191011084622/https://www.rug.nl/research/portal/files/37458383/De_lege_vierde_eeuw.pdf|archiefdatum=2019-10-11|dodeurl=nee}}&amp;lt;/ref&amp;gt; De terpenbouw eindigde in Friesland, Groningen en Drenthe met de komst van de eerste [[dijk (waterkering)|dijken]] in het gebied, zo rond [[1200]]. Er werden wel vier terpengeneraties onderscheiden, maar na het verlaten van het [[Duinkerke-transgressies|Duinkerke-transgressiemodel]] is ook dit onderscheid twijfelachtiger.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Er vinden nog altijd archeologische opgravingen plaats:&lt;br /&gt;
* In de terp van [[Achlum]] is een [[walvissen|walvisbot]] gevonden; waarschijnlijk werd dit gebruikt om netten te verzwaren. Het hulpmiddel is zo&amp;#039;n 1200 jaar oud.&amp;lt;ref&amp;gt;[http://www.lc.nl/friesland/regio/walvisbot-achlum-was-netverzwaring-11249311.html Walvisbot Achlum was netverzwaring], &amp;#039;&amp;#039;[[Leeuwarder Courant]]&amp;#039;&amp;#039;, 2 februari 2010.&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
* In de terp bij de boerderij Buma-state nabij [[Leeuwarden (stad)|Leeuwarden]] werden in 2015 twee schedels aangetroffen, deze zijn vermoedelijk [[ritueel]] begraven.&amp;lt;ref&amp;gt;[http://www.lc.nl/friesland/twee-schedels-op-bouwplek-van-der-valk-18878503.html Twee schedels aangetroffen], &amp;#039;&amp;#039;Leeuwarder Courant&amp;#039;&amp;#039;, 21 juli 2015.&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
* In 2015 begon een groot onderzoek in de terp [[Schettens]]&amp;lt;ref&amp;gt;[http://www.lc.nl/friesland/opgraving-terp-schettens-18946943.html Opgraving terp Schettens], &amp;#039;&amp;#039;Leeuwarder Courant&amp;#039;&amp;#039;, 10 augustus 2015.&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Terpafgravingen ===&lt;br /&gt;
Aan het einde van de 18e eeuw werden de eerste proeven gedaan met &amp;#039;huisterp-aarde&amp;#039; voor het verbeteren van landbouwgronden. Eerder had men in de 15e en 16e eeuw al ontdekt dat het verspreiden van aarde, zoals bagger uit sloten, goede effecten had op de landbouw. In de 17e en 18e eeuw werd ook dierlijke mest veelvuldig uitgestrooid over akkers op de arme zandgronden. Eind 18e eeuw steeg de belangstelling voor het toepassen van chemie in de landbouw en werd ook terpaarde hierin betrokken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met name vanaf het begin van de 19e eeuw ontstonden allerlei commissies, genootschappen en maatschappijen die zich toelegden op de [[bodemverbetering]], vaak door het uitschrijven van [[prijsvraag|prijsvragen]]. In Friesland kwam de vruchtbare terpaarde daarbij al snel ter sprake. De vegetatie van de lagergelegen waterrijke gebieden van deze provincie ([[made (weiland)|made]]n) bestonden vaak uit [[blauwgras]]sen, waardoor deze doorgaans een lagere opbrengst hadden. De afgravingen startten in Friesland dan ook in [[Westergo]], waar veel van dit soort laaggelegen hooilanden waren.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vanaf 1840 verschenen regelmatig advertenties in de &amp;#039;&amp;#039;[[Leeuwarder Courant]]&amp;#039;&amp;#039; met aanbiedingen voor terpaarde. Vanaf die tijd werden vele terpen in Friesland en Groningen afgegraven. De weinige terpen in Drenthe verdwenen zelfs allemaal. Later werd terpaarde ook ingezet ter verbetering ([[bemesting]]) van de arme [[dalgrond]]en ([[ontginning (cultuur)|ontginningen]]) die ontstonden na de [[vervening]]en in de [[Friese Wouden]] en de Drentse en Groninger [[veenkolonie]]ën.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De eerste terpen die ten prooi vielen aan de afgravingen waren de terpen die in de buurt van de hooilanden lagen en die aan het water gelegen waren. Het vervoer van de terpaarde gebeurde namelijk met name per schip. Naar terpen die niet te bereiken waren over water werden soms kanaaltjes gegraven om de terpaarde toch per schip te kunnen afvoeren. Door de afgravingen kwamen in die tijd veel dorpen met elkaar in verbinding te staan doordat er vaarten voor de afgravingen werden gegraven. In verschillende terpdorpen herinneren nog haventjes en vaarten aan deze tijd, zoals in [[Aalsum (Noardeast-Fryslân)|Aalsum]], [[Tibma]] en [[Huizinge]]. Voor de schippers die de terpaarde vervoerden was het een goede bijverdienste. Op de terugweg namen zij vaak koemest mee van de boeren op de arme gronden om deze te verkopen aan de kleiboeren nabij de terpen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Meestal werden vooral de onbebouwde delen van de terpen afgegraven, waardoor deze sterk werden verminkt of in elk geval een compleet ander aanzien kregen. Soms werden echter ook gebouwen gesloopt om bij de terpaarde te kunnen komen. Een voorbeeld is de [[pastorie]] van [[Scharnegoutum]], die in 1864 werd herbouwd en een gevelsteen draagt met de vermelding van de oude hoogte van de terp. De afgraving geschiedde in &amp;#039;klampen&amp;#039;; de terpen werden loodrecht naar beneden afgegraven. Hierdoor ontstonden de kenmerkende &amp;#039;steilranden&amp;#039;; soms meters diepe steile randen, waar de hoogte van de terp duidelijk zichtbaar is. Omdat aan de terpzool (onderste laag van de terp) ten onrechte de hoogste waarde werd toegekend, werden de terpen vaak erg diep weggegraven en ontstonden soms grote diepe ontsierende gaten in de terpen. De ondergrond van de terpen is vaak [[zavel]]ig en wat geelgroen van kleur. Bij een terp in [[Oostergo]] werd zelfs deze zandopduiking onder de terp deels weggegraven onder het mom dat het &amp;quot;toch ook geel&amp;quot; van kleur was en dus wel dezelfde eigenschappen als de terpaarde zou hebben.{{Bron?||2018|05|20}} De afgravingen stopten vaak pas wanneer het kerkhof werd bereikt. Niet zelden kwam het voor dat de beenderen van overledenen later uit de rand van de terp rolden. Om de terpaarde aan te prijzen werden in Friesland naamloze terpen soms zelfs van klinkende namen voorzien, zoals De Botertobbe, De Goede Verwachting of De Gouden Kroon.&amp;lt;ref&amp;gt;Boersma (1970).&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De terpafgravingen waren in eerste instantie veelal handenarbeid. Met [[kruiwagen]]s werd de terpaarde over planken naar het wachtende schip vervoerd. Na 1870 werd overgeschakeld op [[kipkar]]ren op [[smalspoor]]. Eerst met paarden ervoor, later werden hiervoor ook stoomlocomotieven ingeschakeld. Bij [[Cornjum]] ligt ter herinnering hieraan de &amp;#039;Stoomterp&amp;#039; (of Dekamaterp).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Begin [[20e eeuw]] begon ook de belastingdienst in te zien dat er geld te verdienen viel. De eigenaren van terpen betaalden nu niet langer belasting per vierkante meter maar per [[kubieke meter]] terp. Hiertoe werden in Friesland alle voor zover bekende terpen opgespoord middels [[grondboring]]en en gekarteerd. Dit had twee effecten. In de eerste plaats zorgde het voor een versnelling van de afgravingen, daar eigenaren de terpen liever te gelde maakten dan niet gemaakte inkomsten af te moeten dragen aan de belastingdienst. [[Jac. P. Thijsse]] schreef hierover reeds in 1915 in &amp;#039;&amp;#039;[[De Groene Amsterdammer]]&amp;#039;&amp;#039; tijdens een reis naar Friesland: &amp;quot;Die fiscus mocht weleens wat meer om de gevolgen van zijn daden denken&amp;quot;. In de tweede plaats werden de terpen nu wel in kaart gebracht, hetgeen veel werk uit handen genomen heeft voor het latere terponderzoek door historici en andere wetenschappers.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij de terpafgravingen was er in eerste instantie vaak weinig aandacht voor het [[bodemarchief]]. Eigenaren hadden wel oog voor de rijkdommen die tevoorschijn kwamen, zoals Romeinse schatten. Alles wat door de arbeiders gevonden werd, moest aan de eigenaar worden afgestaan. Niet altijd werd de historische waarde ingezien: een in 1861 gevonden Romeinse zilverschat bij de terp van het Friese [[Winsum (Friesland)|Winsum]] werd naar de goudsmid van [[Franeker]] gebracht, die deze op één munt na volledig omsmolt. Andersoortige zaken die gevonden werden, verging het niet beter. Botten werden soms verkocht aan de lijmfabrieken, hout van prehistorische boerderijen werd opgestookt en potscherven werden vaak gewoon op een afvalhoop gegooid of verdwenen met de terpaarde naar de arme gronden. In weidegebieden waar de terpaarde werd uitgestrooid mochten geen harde voorwerpen liggen en deze werden daarom door landarbeiders opgespoord en op afvalhopen gegooid, waar archeologen ze soms later weer aantroffen. In 1961 werd zo bij [[Harich]] in een afvalbult een Romeins [[Apollo (god)|Apollo]]beeldje gevonden. Navraag bij de zoon van de rentmeester van het grootgrondbezit wees uit dat de terpaarde van de weilanden nabij afkomstig was van de rond 1925 afgegraven terp van [[Tzum (plaats)|Tzum]]. Gedurende de terpafgravingen kwam er tegen het einde van de 19e eeuw steeds meer aandacht voor wetenschappelijk onderzoek. In 1916 werd de Vereeniging voor Terpenonderzoek opgericht, waarop tussen 1916 en 1917 de eerste terpafgraving (bij [[Wierum (Groningen)|Wierum]]) plaatsvond waarbij grondsporen werden veilig gesteld onder leiding van voorzitter [[Albert van Giffen]]. Hij richtte in 1920 in Groningen het Biologisch Archeologisch Instituut (BAI, sinds 1998 [[Groninger Instituut voor Archeologie]], GIA) op, dat betrokken was bij veel onderzoek bij terpafgravingen.&amp;lt;ref name=&amp;quot;:0&amp;quot;&amp;gt;{{Citeer web|url=https://www.cultureelerfgoed.nl/publicaties/publicaties/2018/01/01/terpen-en-wierden-verleden-heden-en-toekomst|titel=Terpen en wierden: verleden, heden en toekomst|bezochtdatum=5-10-2020|auteur=J. van Doesburg &amp;amp; J. Stöver|achternaam=|voornaam=|datum=2018|uitgever=Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed|pagina&amp;#039;s=pp. 12, 15-22|taal=|archiefurl=https://web.archive.org/web/20201009054221/https://www.cultureelerfgoed.nl/publicaties/publicaties/2018/01/01/terpen-en-wierden-verleden-heden-en-toekomst|archiefdatum=2020-10-09|dodeurl=nee}}&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In de jaren dertig liep de handel in terpaarde op zijn einde met de opkomst van de toepassing van [[kunstmest]]. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er nog een korte opleving, totdat de afgraving van terpen in 1943 aan banden werd gelegd door de [[Rijksdienst voor het Nationale Plan]] (voorloper [[Rijksplanologische dienst]]). Voortaan mocht er niet meer in terpen worden gegraven zonder de overheid hier vooraf van op de hoogte te hebben gesteld. Bovendien werd op basis van een inventarisatie door [[Herre Halbertsma]] in 1944 door de rijksdienst een lijst aangelegd van terpen en wierden die &amp;#039; ongeschonden behouden moesten blijven&amp;#039;. Daarmee werd het afgraven feitelijk beëindigd. Naar schatting de helft van de wierden in Groningen en ongeveer driekwart van de terpen in Friesland was toen reeds afgegraven.&amp;lt;ref name=&amp;quot;:0&amp;quot; /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Bescherming ===&lt;br /&gt;
In 1947 werd de [[Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed|Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek]] opgericht, die begon met het inventariseren van alle [[Archeologische monumentenzorg|archeologische monumenten]], die na jaren voorbereiding werden opgenomen in de in 1961 ingetreden [[Monumentenwet]]. Terpen konden daarmee de status van monument krijgen en als zodanig worden gevrijwaard van afgravingen. Deze aanwijzingen kregen een grote stimulans toen in 1965 in Groningen en Friesland provinciale archeologen werden aangesteld. Zij stelden samen met het BAI monumentenlijsten op waarbij waarschijnlijk de criteria wetenschappelijke waarde, zichtbaarheid en gaafheid de belangrijkste waren en veel minder aandacht uitging naar de gebieden rond de [[Ossengang|ossengangen]], zoals de [[Valge|valgen]] of andere gerelateerde objecten zoals paden, dijken en kerkhoven, die vaak niet beschermd werden.&amp;lt;ref name=&amp;quot;:0&amp;quot; /&amp;gt; In de loop der tijd werden alle terpen beoordeeld op hun archeologische, historische en landschappelijke waarde. Met name tussen 1964 en 1970 en tussen 1972 en 1977 werden veel terpen aangewezen als monument. Terpen die status van &amp;#039;zeer hoge waarde&amp;#039; kregen, werden aangewezen tot [[rijksmonument]]. De toenemende verrommeling en oprukkende bebouwing op de terpen ging echter door. In 1979 luidde archeoloog [[Redmer Klok]] hierover de noodklok. Hij wist te bewerkstelligen dat vanaf de jaren 1980 meer aandacht aan juist de onbebouwde delen van de terpen werd gegeven. In het geval van het wierdedorp [[Godlinze]] leidde dit er zelfs toe dat de bebouwde delen uit de rijksbescherming werden gehaald. Ook wilde hij meer aandacht voor de gaafheid van de terpen. Voortaan werden terpen hoofdzakelijk aangewezen tot monument wanneer ze op basis van een inventarisatie een belangrijk [[bodemarchief]] vertegenwoordigden. Dit leidde ertoe dat er nauwelijks nog aanwijzingen plaatsvonden. In de jaren 1990 werden de terpen opgenomen in advieskaarten en werd de bescherming opgenomen in het bredere beleid. Ook kwam er meer aandacht voor onderzoek en bescherming van bodemsporen in en onder reeds afgegraven wierden. Het [[Verdrag van Malta]] uit 1992 leidde verder tot het principe &amp;#039;de verstoorder betaalt&amp;#039;: degene die een vergunning aanvraagt waarbij in een terp of wierde moet worden gegraven moet vooraf een verplicht [[Archeologische opgraving|archeologisch onderzoek]] laten doen en dit zelf bekostigen.&amp;lt;ref name=&amp;quot;:0&amp;quot; /&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Herstel ===&lt;br /&gt;
In de [[1960-1969|jaren zestig]] werd in Friesland begonnen met het herstellen van enkele storende gaten in terpen. Zo werd de terp van [[Foudgum]] aangevuld met grond die vrijkwam bij de aanleg van een weg en afgedekt met een laag vruchtbare klei. In Groningen werd in die tijd bijvoorbeeld [[Biessum]] hersteld. Eind 20e eeuw kwamen er plannen om afgegraven terpen weer aan te vullen met [[baggerspecie]], zodat en het landschap werd &amp;#039;hersteld&amp;#039; en men ergens heen kon met deze overtollige grond. Verschillende wierden in bijvoorbeeld Groningen werden en worden hiermee aangevuld (bijvoorbeeld [[Wierum (Groningen)|Wierum]] en [[Krassum]]).&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Rijkswaterstaat]] heeft ook plannen om in de nabije toekomst nieuwe terpen te creëren van baggerspecie. Een voorbeeld hiervan is de &amp;#039;multifunctionele landschapsterp&amp;#039; die tot 2022 moet verrijzen bij de [[Zeelandbrug]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Zie ook ==&lt;br /&gt;
* [[Lijst van terpen in Nederland]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vergelijkbare fenomenen ===&lt;br /&gt;
* [[Wierde (landvorm)|Wierde]]: voornamelijk Groningen&lt;br /&gt;
* [[Veenterp]]: Friesland, Drenthe en Groningen&lt;br /&gt;
* [[Vliedberg]]: voornamelijk provincie Zeeland&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Appendix|2=&lt;br /&gt;
* Boersma, J.W. (1970), &amp;#039;&amp;#039;Terpen: mens en milieu&amp;#039;&amp;#039;. Heren: Knoop &amp;amp; Niemeijer.&lt;br /&gt;
{{References}}&lt;br /&gt;
}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Heuvel]][[Categorie:Historische geografie]][[Categorie:Geschiedenis van Friesland]][[Categorie:Geschiedenis van Groningen (provincie)]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Colani</name></author>
	</entry>
</feed>