<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://wikitest.nl/index.php?action=history&amp;feed=atom&amp;title=Schutterij_%28historisch%29</id>
	<title>Schutterij (historisch) - Bewerkingsoverzicht</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://wikitest.nl/index.php?action=history&amp;feed=atom&amp;title=Schutterij_%28historisch%29"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wikitest.nl/index.php?title=Schutterij_(historisch)&amp;action=history"/>
	<updated>2026-05-30T12:41:16Z</updated>
	<subtitle>Bewerkingsoverzicht voor deze pagina op de wiki</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.43.6</generator>
	<entry>
		<id>https://wikitest.nl/index.php?title=Schutterij_(historisch)&amp;diff=153942&amp;oldid=prev</id>
		<title>Colani: Tekst vervangen - &quot;18e&quot; door &quot;18&lt;sup&gt;e&lt;/sup&gt;&quot;</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wikitest.nl/index.php?title=Schutterij_(historisch)&amp;diff=153942&amp;oldid=prev"/>
		<updated>2024-11-23T18:39:59Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Tekst vervangen - &amp;quot;18e&amp;quot; door &amp;quot;18&amp;lt;sup&amp;gt;e&amp;lt;/sup&amp;gt;&amp;quot;&lt;/p&gt;
&lt;p&gt;&lt;b&gt;Nieuwe pagina&lt;/b&gt;&lt;/p&gt;&lt;div&gt;[[Bestand:Schuttersstuk Ferdinand Bol.jpg|thumb|Officieren van de Goudse schutterij onder leiding van kolonel [[Govert Suijs (ca 1610-1671)|Govert Suijs sr.]], geschilderd door [[Ferdinand Bol]] in 1653]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Bartholomeus van der Helst - De bestuursleden van de schutterscompagnie van St-Sebastiaan te Amsterdam.jpg|thumb|Drie overlieden van de Amsterdamse schutterscompagnie Sint Sebastiaan, [[Joan Blaeu]], Joan van der Poll en Albert Pater geschilderd door [[Bartholomeus van der Helst]] in 1653, destijds oefenend in de [[Handboogdoelen (Amsterdam)|Handboogdoelen]]. De vierde man zou volgens Jan Wagenaar de broer van de schilder zijn en kastelein. Anderen suggereren [[Frans Banning Cocq]] of [[Cornelis Jan Witsen]]]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Gildenbreuk van Reynegom DIVA 27-12-2018.jpg|thumb|[[Gildenbreuk van Reynegom]] van de schutterij van [[Herenthout]]]]&lt;br /&gt;
De &amp;#039;&amp;#039;&amp;#039;schutterij&amp;#039;&amp;#039;&amp;#039; of het &amp;#039;&amp;#039;&amp;#039;schuttersgilde&amp;#039;&amp;#039;&amp;#039; was een lokale [[militie]] opgericht in de [[middeleeuwen]], bestaande uit burgers, om hun [[stad]] of [[dorp]] te beschermen en verdedigen bij een externe aanval van bijvoorbeeld rondzwervende roversbenden of vreemde legers en intern de orde te handhaven bij oproer, [[brand (vuur)|brand]] of prominent bezoek. De kerntaken van de schutterij waren aldus te vergelijken met die van de hedendaagse orde en hulpdiensten zoals [[politie]], [[brandweer]] en het [[krijgsmacht|leger]]: het bewaken en bewaren van orde, rust en veiligheid van de burgers. De naam schutterij komt waarschijnlijk van het schieten, eerder dan van het beschutten.&amp;lt;ref name=&amp;quot;Carasso&amp;quot;&amp;gt;Marijke Carasso-Kok, &amp;#039;&amp;#039;Schutters in Holland : kracht en zenuwen van de stad&amp;#039;&amp;#039;. Zwolle/Haarlem, 1988.&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Leden en taken van de schutterij ==&lt;br /&gt;
=== Sociale taak ===&lt;br /&gt;
Het valt te betwijfelen of er sprake is van een echt [[gilde (beroepsgroep)|gilde]] omdat het om plaatselijke &amp;quot;vrijwilligers&amp;quot; ging, die daarnaast ook nog een ander beroep uitoefenden. De gilden hadden aanvankelijk een sterk religieus karakter, ook de schutterij beschikte vaak over een eigen kapel en altaar. Naast de beveiligingstaken van de schutterij was ook de sociale taak van belang: het vaste onderkomen of lokaal van samenkomst van de plaatselijke schutterij werd door de leden ook gebruikt om allerlei lokale zaken te bespreken en om, zoals men tegenwoordig zegt, te &amp;#039;[[Sociaal netwerk|netwerken]]&amp;#039;. Vaak was er ook een soort &amp;#039;armenkas&amp;#039; in de schutterij om behoeftige en zieke leden te ondersteunen. Na de [[Nederlandse Opstand]] speelde dit sociale karakter een steeds belangrijkere rol.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Officieren ===&lt;br /&gt;
Om toe te treden tot de schutterij moest men burger of poorter zijn van de stad en in staat zijn de uitrusting te bekostigen: de aanschaf van een [[gevechtswapen|wapen]] en functionele of status bevestigende kleding, zoals een hoed met een pluim of een zijden sjerp. De [[vaandrig]] was vaak een in het geel uitgedoste ongetrouwde jongeman; de [[kapitein (rang)|kapitein]] was niet altijd afkomstig uit de wijk, als de buurt niet zelf een geschikte of betrouwbare kandidaat kon leveren. De schutterij was een steun voor het lokale gezag, omdat de officieren werden benoemd door het stadsbestuur. Voor de plaatselijke elite was het toetreden of uitdienen van een tweejaarlijkse periode vaak een opstapje tot andere, belangrijke posten.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Schutters ===&lt;br /&gt;
[[Bestand:De doelen in Gouda aan de Tiendeweg.png|thumb|Het terrein van de [[Sint-Jorisdoelen (Gouda)|Sint-Jorisdoelen]] in Gouda op de kaart van [[Joan Blaeu]]]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Hooghe-Schutterij.jpg|thumb|De schutterij van Den Haag, geschetst rond 1700 door [[Romeyn de Hooghe]]]]&lt;br /&gt;
Bij toerbeurt (bijvoorbeeld een keer in de maand) liepen de schutters wacht onder leiding van een officier. Aan het begin van hun dienst werden de sleutels van de poorten afgehaald bij de verantwoordelijke burgemeester en in de ochtend weer teruggebracht. Het toezicht op de schutterij werd meestal toegewezen aan de jongste of laatst toegetreden burgemeester en lijkt een soort sluitpost te zijn geweest. Pas aan het einde van de 18&amp;lt;sup&amp;gt;e&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw was er sprake van het invoeren van een soort [[Wachtgeld (schutterij)|wachtgeld]] om de aantrekkelijkheid en opkomst te verbeteren. Wie te laat kwam of onder invloed verscheen moest een boete betalen van enkele stuivers.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Uitvoering taken ===&lt;br /&gt;
Bij brand of gevaar moest de torenblazer, in dienst van de stad en die wacht liep in een hoog gebouw (meestal een kerktoren), de dienstdoende leden van de schutterij waarschuwen door in de richting van het gevaar te spelen. De schutters bevonden zich meestal in het wachthuis waar ze de tijd doorbrachten met diverse spelletjes zoals kaart spelen en onderlinge gesprekken.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Wapens ===&lt;br /&gt;
Schutterijen waren aanvankelijk gegroepeerd volgens het wapen dat ze gebruikten: de [[Boog (wapen)|handboog]], de [[kruisboog|voetboog]] of het [[geweer]] en later naar hun wijk. Grotere steden waren vaak tegen externe bedreigingen beveiligd met [[stadswal]]len waarop [[Kanon (geschut)|kanon]]nen stonden opgesteld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Ook deze wapens werden door de schutterij bediend. De kanonnen konden rond 1600 niet vaker dan twee of drie keer per tien minuten worden afgevuurd. Werden ze namelijk te snel herladen, dan was de loop nog te heet van het vorige schot en bestond de kans dat het nieuw geladen [[buskruit]] in het wapen voortijdig zou ontploffen. &amp;lt;!--Na elk schot was er een pauze om de inwendige mens te versterken.--&amp;gt;Voor het operationeel houden van een [[batterij (militair)|batterij]] (groep) kanonnen was een hele schare mensen nodig. De kern van het geheel werd gevormd door de bemanningen van de kanonnen. Deze kanonniers moesten in open veld worden beschermd tegen aanvallen van [[Ruiter (persoon)|ruiters]] en [[voetsoldaat|voetsoldaten]]. Daarvoor waren er de [[piekenier]]s met hun [[lans (wapen)|lansen]] van 5,5 meter. Elk kanon stond op een onderstel, [[affuit]] genoemd. Belegeringsaffuiten hadden grote wielen waardoor ze gemakkelijk te verplaatsen waren. Dit soort geschut had twee wielen en een zogenaamde grondschop aan de achterzijde om de terugloop tegen te gaan tijdens het vuren. Een schutterij had ook soms een [[rolpaard]]. Dit affuit heeft een viertal kleinere wielen en was aanvankelijk vooral op schepen te vinden. De terugloop van dit wapen werd tegengegaan door het eenvoudig met een flink touw vast te binden bijvoorbeeld aan een boom, of aan ringen in de [[stadswal]]. Later werd ook dit type op vestingwerken ingezet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hun oefenterreinen, de [[Doelen (schutterij)|doelen]], waren in bijna alle gevallen nabij deze stadsmuren, zodat de eventuele schade door onder andere &amp;#039;afzwaaiers&amp;#039; beperkt zou blijven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Vrijgestelden ===&lt;br /&gt;
[[Doopsgezinden]], die vanwege hun geloof geen wapens mochten dragen, waren in de 16e, 17e en 18&amp;lt;sup&amp;gt;e&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw vrijgesteld van een functie in de schutterij en betaalden daarvoor een contributie.&amp;lt;ref name=&amp;quot;Carasso&amp;quot; /&amp;gt; Ook van joodse inwoners van de stad werd geen gebruik gemaakt. De regenten konden besluiten dat personen in dienst van de stad, zoals een predikant, stadsmedicus, schoolmeester, de koster en de bier- en turfdragers niet behoefden te dienen. De bier- en turfdragers moesten bij brand worden ingezet bij het brandspuitgilde om de [[pomp (machine)|pompen]] te bedienen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Export van de Europese schutterij ===&lt;br /&gt;
Tijdens de vorming van de [[Kolonie (staatkundig)|koloniale rijken]] van de Europese handelsmogendheden werden er ook in de nieuwe koloniën schutterijen opgericht. Ook hier was hun taak dezelfde als in het Europese moederland: zorgen voor orde, rust en veiligheid. In de Amerikaanse koloniën waren in iedere stad van betekenis schutterijen actief. Ook in bijvoorbeeld de Nederlandse kolonie [[Suriname]] waren in 1742 acht schutters compagnieën geformeerd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Schuttersstuk ==&lt;br /&gt;
[[Bestand:Frans Hals, De magere compagnie.jpg|thumb|Traditioneel opgesteld schuttersstuk. [[Frans Hals]] en [[Pieter Codde]]: &amp;#039;&amp;#039;&amp;quot;Het korporaalschap van kapitein Reinier Reael en luitenant Cornelis Michielsz Blaeuw&amp;quot;&amp;#039;&amp;#039; oftewel &amp;#039;&amp;#039;&amp;quot;[[De Magere Compagnie]]&amp;quot;&amp;#039;&amp;#039;, 1637]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:The Nightwatch by Rembrandt - Rijksmuseum.jpg|thumb|[[Rembrandt van Rijn]]: &amp;#039;&amp;#039;&amp;quot;De compagnie van kapitein Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed om uit te marcheren&amp;quot;&amp;#039;&amp;#039; (1642) pas veel later genoemd &amp;#039;&amp;#039;&amp;quot;[[de Nachtwacht]]&amp;quot;&amp;#039;&amp;#039;]]&lt;br /&gt;
Een schutterij liet zich, als het even kon, op een schilderij vereeuwigen. De [[kunstschilder|schilder]] kreeg de opdracht de heren zo fraai mogelijk uit te beelden en iedere afgebeelde betaalde de schilder afhankelijk van de plaats die hij innam op het schilderij. Diegenen die kapitaalkrachtig genoeg waren, meestal de officieren, poseerden apart voor de schilder. De bedoeling was dat iedereen, en vooral degenen die er goed voor betaald hadden, er op hun voordeligst en goed zichtbaar en herkenbaar op stonden afgebeeld. Schuttersstukken werden meestal opgehangen op een prominente plaats: bijvoorbeeld in de doelen ter verfraaiing van de feestzaal.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het beroemdste [[schuttersstuk]] is [[de Nachtwacht]]. De geportretteerden waren echter in dit geval niet zo blij met het resultaat: in plaats van een groep fiere en ordelijk opgestelde mannen schilderde [[Rembrandt van Rijn|Rembrandt]] een door elkaar lopende groep waarvan bovendien verschillende maar gedeeltelijk zichtbaar waren. [[Ernst van de Wetering]] verklaarde in 2006 dat de Nachtwacht &amp;quot;... in zekere zin is mislukt en dat moet hij geweten hebben. Rembrandt wilde zowel de chaos van door elkaar lopende figuren schilderen, als een compositorische ordening nastreven&amp;quot;.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Geschiedenis ==&lt;br /&gt;
De schutterij werd in de middeleeuwen opgericht als plaatselijke militie die de orde en veiligheid van de burgers moest garanderen. Aanvankelijk functioneerde dit systeem naar wens maar geleidelijk slopen er toch foutjes in door onder andere verwaarlozing van de discipline.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Terugval in de 18&amp;lt;sup&amp;gt;e&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw ===&lt;br /&gt;
In de tweede helft van de 18&amp;lt;sup&amp;gt;e&amp;lt;/sup&amp;gt; eeuw was de schutterij ingedut en overwegend [[prinsgezind]]. Er werd soms maar een keer per jaar geoefend wat de paraatheid en discipline natuurlijk niet ten goede kwam. Het bleek bovendien praktijk om zich uit te kopen voor het wachtlopen. Er kwam veel kritiek op de organisatie.&lt;br /&gt;
[[Bestand:Exercitiegenootschap Sneek by Hermanus van der Velde.jpg|thumb|Het [[Exercitiegenootschap van Sneek]] (1786), verzameld op de [[Marktstraat (Sneek)|Marktstraat]], door Hermanus van de Velde. [[Fries Scheepvaart Museum]], Sneek]]&lt;br /&gt;
In 1748 eisten de [[doelisten]] van stadhouder [[Willem IV van Oranje-Nassau|Willem IV]] dat deze de officieren zou laten benoemen door de burgerij. Willem IV weigerde, toen men het in sommige wijken niet eens kon worden over de kandidatuur. In 1755 is voorgesteld dat de schutters die een eed moesten afleggen op de Staten-Generaal der Nederlanden, ook de erfstadhouder hun aanhankelijkheid moesten betuigen.&amp;lt;ref&amp;gt;Jan Wagenaar, &amp;#039;&amp;#039;Vaderlandsche Historie&amp;#039;&amp;#039;, deel XXII, p. 219-220&amp;lt;/ref&amp;gt; Dat was tegen het zere been van de Staatsgezinden. De [[patriotten]] hebben in 1783 geprobeerd de schutterij nieuw leven in te blazen of een alternatief op te richten. In veel steden ontstonden [[exercitiegenootschap]]pen, &amp;#039;vrijcorpsen&amp;#039; of vrijwillige schutterijen, waarvan iedereen lid kon worden. De officieren werden democratisch gekozen. De exercerende [[dominee]]s en [[winkelier]]s werden door de prinsgezinden belachelijk gemaakt. In [[Groningen (stad)|Groningen]] werkte het vrijcorps &amp;quot;[[Voor Onze Duurste Panden]]&amp;quot; samen met de Groninger Schutterij. In de [[Franse tijd in Nederland|Franse tijd]] werden alle verenigingen die aan de kerk gelieerd waren, zoals broederschappen en schutterijen, verboden en hun bezittingen werden in beslag genomen. Door het [[Concordaat van 15 juli 1801|concordaat]] dat [[Napoleon Bonaparte|Napoleon]] op [[15 juli]] [[1801]] met [[paus Pius VII]] sloot, en dat op 8 april 1802 in werking trad, werd de eredienst hersteld en dat betekende tevens dat broederschappen en schutterijen weer actief mochten worden. De militaire en ordehandhavende taken waren nu echter helemaal overgedragen aan, op lokaal niveau, de door de Fransen ingestelde &amp;#039;gendarmerie&amp;#039; en op landelijk niveau het Franse leger. De historische schutterijen hadden nu alleen nog een sociale functie. Dit bleef ook zo na de Franse tijd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== De schutterij in de 19e eeuw ===&lt;br /&gt;
[[Bestand:Onderscheidingsteken voor langdurige dienst als officier der Schutterij 20 jaar.jpg|thumb|Het Onderscheidingsteken voor langdurige dienst (20 jaar) als officier der Schutterij (1851-1866)]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== De &amp;#039;nieuwe&amp;#039; schutterij ====&lt;br /&gt;
In 1813, na het vertrek van de Fransen, werden opnieuw lokale schutterijen opgericht om in de steden waar deze werden ingesteld weer opnieuw de oorspronkelijke taak van de historische schutterij ter hand te nemen: orde en rust handhaven. De oude historische schutterij bleef daarnaast ook bestaan maar had alleen nog maar een sociale functie. Daarnaast zou de &amp;#039;nieuwe&amp;#039; schutterij de nationale militie kunnen dienen ter verdediging tegen buitenlandse aanvallen. In noodgevallen konden militie en schutterijen worden samengevoegd tot de zogenaamde [[landstorm]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Organisatie van de nieuwe schutterij ====&lt;br /&gt;
Op 20 december 1813 werd het &amp;#039;&amp;#039;Reglement van algemeene volkswapening, landstorm en landsmilitie&amp;#039;&amp;#039;&amp;lt;ref&amp;gt;Staatsblad 1813, no. 14.&amp;lt;/ref&amp;gt; van kracht. Daarin werd de organisatie van de stedelijke schutterijen opgedragen aan de plaatselijke gemeentebesturen. Uitwerking volgde op 27 februari 1815 met de &amp;#039;&amp;#039;Wet tot het in werking brengen van art. 125 en 126 der grondwet omtrent de oprigting der schutterijen&amp;#039;&amp;#039;.&amp;lt;ref&amp;gt;Art. 125 en 126 der grondwet. Staatsalmanak 1815, p. 5-42.&amp;lt;/ref&amp;gt;&amp;lt;ref&amp;gt;Staatsblad 1815, no. 18.&amp;lt;/ref&amp;gt; In die wet werd bepaald dat 3 procent van de mannen tussen 18 en 50 jaar schutterplichtig was. Op 11 april 1827&amp;lt;ref&amp;gt;Wet houdende oprigting van schutterijen over de geheele uitgestrektheid des rijks. Vastgesteld den 11den april 1827 en uitgegeven den 18den april 1827, Staatsblad no. 17.&amp;lt;/ref&amp;gt; werd dat veranderd in 2% van de mannen tussen 25 en 34 jaar oud. De schutterijen waren gemeentelijk georganiseerd. Er bestonden dienstdoende en rustende schutterijen. Dienstdoende schutterijen moesten worden opgericht in gemeenten met meer dan 2500 inwoners binnen de besloten kring of omtrek der gebouwen en hielden regelmatig exercitie- en schietoefeningen. Deze werden onder meer ingezet tijdens de [[Belgische Opstand]]. Kleinere steden of gemeentes konden volstaan met rustende schutterijen. Dit betekende dat de schutterplichtigen wel werden opgeroepen, van hen werden ook inschrijvingsregisters opgesteld, maar zij oefenden niet.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Historische versus &amp;#039;nieuwe&amp;#039; schutterij ====&lt;br /&gt;
De nieuw opgerichte (dienstdoende dan wel rustende) schutterijen moeten niet verward worden met de historische schuttersgilden. Deze gilden bleven hun religieuze en sociale taken op lokaal niveau behouden, maar hadden hun militaire taken reeds verloren in de Franse tijd. Een uitzondering vormt de [[Surinaamse Schutterij]] die opgericht is in 1939. Deze historische schutterijen ontwikkelen zich in de 19e eeuw geleidelijk tot de huidige [[schutterij (folklore)|folkloristische schutterijen]]. De nieuw opgerichte schutterij was landelijk bij wet geregeld (als een nieuw legeronderdeel) en staat dus geheel los van de historische schutterijen, die enkel lokaal actief waren. Verwarring ontstaat vaak wanneer de historische schutterij niet of nauwelijks actief is en &amp;#039;schutterij in ruste&amp;#039; of &amp;#039;rustende schutterij&amp;#039; genoemd wordt. Kleine steden of gemeentes hadden in de 19e eeuw bij wet ook een &amp;#039;rustende schutterij&amp;#039;, die echter niets met elkaar te maken hadden. De uitzondering die de verwarring compleet maakt is de [[DD Stadsschutterij Maastricht|DD Stadsschutterij]] van [[Maastricht]]. Deze vereniging werd opgericht in 1980 en ziet zichzelf als een voortzetting van de &amp;#039;nieuwe&amp;#039; dienstdoende schutterij uit de 19e eeuw.&amp;lt;!--als dit ook folklore is, moet het verplaatst worden om verwarring en nieuwe aanvullingen te voorkomen--&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==== Opgeheven ====&lt;br /&gt;
Het systeem van schutterijen werkte echter niet meer naar tevredenheid na vijfhonderd jaar. Er was in de [[Franse tijd in Nederland|Franse tijd]] al jarenlang gedelibereerd om het probleem op te lossen. Uiteindelijk werd onder [[Willem I der Nederlanden|koning Willem I]] de veel professionelere [[politie]] opgericht, een voortzetting van de al door de Franse bezetters ingestelde &amp;#039;gendarmerie&amp;#039;. De vernieuwde schutterijen bleven oefenen en werden – net als de na het opheffen van de schutterij ingestelde landweer en landstorm – beschouwd als een bruikbare ondersteuning bij de verdediging van de landsgrenzen en konden worden ingezet bij opstanden. [[Willem III der Nederlanden|Koning Willem III]] gelaste in 1855 dat de officieren van de schutters een [[Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als Officier der Schutterij|Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst]] zouden ontvangen na vijftien jaar dienst. Dit insigne was in vorm gelijk aan dat van de officieren van het leger maar lint en materiaal verschilden. Op 24 juni 1901&amp;lt;ref&amp;gt;Wet van 24 juni 1901 tot regeling van de landweer en van de opheffing van de schutterijen, Staatsblad 160.&amp;lt;/ref&amp;gt; werd besloten tot opheffing van de schutterijen die binnen enkele jaren haar beslag zou moeten krijgen, en trad de wet op de [[Landweer (krijgsmacht)|landweer]] in werking. Bij Koninklijk Besluit van 9 oktober 1907 wordt aan de officieren van de bataljons dienstdoende en rustende schutterijen eervol ontslag verleend, waarmee volledig uitvoering is gegeven aan de Landweerwet van 1901.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Heden ==&lt;br /&gt;
Vandaag bestaan er alleen nog de [[schutterij (folklore)|folkloristische schutterijen]] meestal voortgekomen uit de historische schutterijen, maar zij hebben alleen nog een sociale, religieuze, culturele en toeristische functie. Het schutterswezen is erg actief in Belgisch en Nederlands [[Limburg (Nederlandse provincie)|Limburg]], in [[Noord-Brabant]], [[Zeeland (provincie)|Zeeland]], [[Zuid-Holland]] en in het zuiden en oosten van [[Gelderland]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In november 2013 werd bekendgemaakt dat de [[Brabantse Schuttersgilden]] op de [[Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed Nederland|Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed]] geplaatst zullen worden.&amp;lt;ref&amp;gt;[http://nos.nl/artikel/574105-schuttersgilden-op-erfgoedlijst.html &amp;#039;&amp;#039;Schuttersgilden op erfgoedlijst&amp;#039;&amp;#039;] NOS.nl, 12 november 2013&amp;lt;/ref&amp;gt; Een half jaar later volgde ook het [[Oud Limburgs Schuttersfeest]] van Limburgse schutterijen.&amp;lt;ref&amp;gt;[https://l1.nl/ols-aangewezen-tot-nationaal-cultureel-erfgoed-19893 &amp;#039;&amp;#039;OLS aangewezen tot nationaal cultureel erfgoed&amp;#039;&amp;#039;] L1.nl, 8 maart 2014&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Externe link ==&lt;br /&gt;
* [http://legermuseum.wordpress.com/2011/10/10/uniform-van-de-mobiele-schutterij-tijdens-de-tiendaagse-veldtocht/ Legermuseum: Schutterij actief tijdens Tiendaagse Veldtocht, 6 augustus 1831]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Appendix}}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Categorie:Schutterij| ]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Immaterieel cultureel erfgoed in Nederland]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Colani</name></author>
	</entry>
</feed>